• : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Maandag 9 Juli (dag 38) Ayegui - Logrono 51 km

Om 6u30 gaan de lichten onverbiddelijk aan. Er staan 2 heuvels op het programma met 150 tot 200 m hoogteverschil. Het landschap is zoals gisteren maar wijdser. De frisse wind krijgt hier vrij spel. Overal staan op de heuveltoppen windmolens vrolijk hun wieken rondzwengelen. In Los Arcos heb ik er al een heuvel opzitten en breng een bezoekje aan de refuge die door vlamingen in rolbeurt wordt gerund. Myriam en Peter ontvangen mij zeer hartelijk met een koffie en een deugddoend gesprek. Ik mag blijven overnachten. Het is pas 10u30 en begeef me richting Logrono. De "de heuvel raak ik minder gemakkelijk over. Viana is 1 grote bouwwerf en ik rij door tot Logrono. Op de middag sta ik al voor de refugio. Hoog op de schoorstenen en kerktorens trekken de ooievaars zich niets aan van het stadsgeweld. Fietsers moeten wachten tot 16u00. Ik zoek een restaurant op. Deze zijn nog niet open want in Spanje eten ze ten allervroegste om 13u30. Ik val bijna omver van de honger. Ik doe mij te goed aan een vissoepje, aan "merluza a la plancha y de postre un flan" (gebakken heek en als desert een flan uit eieren), geleerd in de Spaanse les. Het smaakt want ik heb al 3 dagen niets deftigs meer gegeten. Om 16u00 wordt ik doorverwezen naar de sportzaal waar een 50-tal vuile matrassen kriskras op de vloer liggen. Wat ik al niet lijden moet. Er is iets eigenaardigs aan die Camino. Ik moet zoveel emoties verwerken dat ik s'middags soms nauwelijks nog weet waar ik s'morgens vertrokken ben. De Camino doet je inspanningen leveren die je normaal niet aankan. Ik wordt er soms bang van en wil ermee stoppen. Je speelt voortdurend met je grenzen, zowel geestelijk als lichamelijk. Welke invloed zal dit oip mij hebben?
















Dinsdag 10 Juli (dag 39) Logrono - Sancto Domingo 61 km (over de 1800 km)

De Riojastreek zal ik niet rap vergeten. Ik heb er meer mijn schoenen versleten dan mijn fiets. Een mooie streek, dat niet. De aarde is er zo rood als de wijn. De route loopt rond en over de N120 die omgevormd wordt tot een autostrade. Nu mag je met de fiets niet meer komen waar het vroeger wel mocht. De gids klopt dus langs geen kanten meer. Ik moet bijna 8 km naast de autostrade te voet langs een zeer grove grintweg, ideaal om mijn banden aan flarden te rijden. Uiteindelijk volg ik met mijn fiets de route van de stappers, holderdebolder rotsblok op rotsblok af. Toch kom ik aan in Najéra. Nu moet ik een heuvel op tot 767 m (250 m hoogteverschil). De tegenwind is zó sterk dat ik moet afstappen. Weer te voet. De schilderachtige wijngaarden...het zal mij worst wezen. Doodmoe kom ik aan in Sto Domingo waar de refuge volzet is. Er is een tweede refuge waar ik bijna een half uur moet aanschuiven. Soms heb ik er echt genoeg van. Ik krijg bed 61, het laatste! De anderen kunnen naar de sportzaal. De refuge is net een marktplaats waar geslapen, gegeten, gedronken, gewassen wordt, iedereen door elkaar. Die drukte is er vandaag voor mij te veel aan. Als fietser ben je tijdens de rit meestal alleen. Dit vind ik al lang niet erg meer...zolang ik maar geen technisch defect heb. Die Camino, het is me wat!




Woensdag 11 Juli (dag 40) Sto Domingo - Belorado 29 km

Na 15 km steek ik de grens van de provincie Burgos over. Het gaat licht hellend gesta naar boven. Slechts een hoogteverschil van 150 m. Toch vlot het niet. Belorado (750 m hoog) lijkt onbereikbaar. Met slechts zeer veel moeite geraak ik er. Ik besluit hier een hotel op te zoeken, het mag kosten wat het wil. Na 4 dagen Voltarenzalf blijft de pijn in mijn knieën knagen. Ik tril en beef over gans mijn lichaam. Mijn ingewanden rommelen en rammelen als een wasmachine. Zo kan het niet meer verder. Ik ben kapot. De tranen staan mij in de ogen. Dit is een dip die ik ernstig moet opvatten. Mijn gezondheid staat nu op het spel. Telefoontjes vanuit het thuisfront doen mijn tranen opdrogen. Vanavond vroeg in bad en bed. Morgen moet er 300 m geklommen worden vooralleer af te dalen naar Burgos, slechts nog 55 km. 11 Juli is dit jaar voor mij een komplete off-day!

Donderdag 12 Juli (dag 41) Belorado - Belorado: 0 km. Einde na 1860 km.

Ik voel mij onvoldoende uitgerust om de zware tocht naar Burgos aan te vatten. Nu moet ik de keuze maken : verder doen met straffere medicatie met het risico mijn knieën invalide te rijden of gezond en wel de terugreis aan te vatten. Sorry, beste lezers, IK STOP ER BETER MEE. De bedoeling van de Camino is "onderweg zijn" en daar heb ik ruimschoots aan voldaan. Santiago was enkel de plaats van aankomst. De Camino is een mixt van extreme emoties : opperste geluk maar ook doffe ellende, onverwachte hoogtepunten, onverwachte dieptepunten. Dit alles alleen verwerken is niet vanzelfsprekend. De Camino is het leven zelf. El Camino asi es la vida. Ik heb er geen spijt van. Integendeel, ik heb 40 dagen lang alleen mijn plan moeten trekken en ik durf nu met gerust hart beweren dat ik een "ouwe taaie" ben. Ik heb mijn fiets hier afgeleverd in de refuge met het thuisadres opgeplakt. De man uit Wallonië komt mijn fiets afhalen. Hoe kom ik naar huis? Dit ga ik nu uitzoeken. Morgen met de bus naar Burgos en dan...? Ik bedank iedereen hartelijk die mij met zoveel enthousiasme gevolgd heeft. Zonder deze steun zou ik nooit zover geraakt zijn. Mijn gezondheid wil ik niet op het spel zetten. Ik heb hier voeten van stappers gezien die er bijna geen meer waren. Zover wil ik niet gaan. Voor mij is dit geen mislukking. De intenties leg ik hier neer in de kerk. Wie weet...volgend jaar in juni vervolg ik de Camino vanuit Burgos, nog slechts 550 km. Te voet dan en liefst in gezelschap. Wie gaat er mee? Ik ben fier over mijzelf en over de 1860 km die ik met de fiets heb afgelegd. Ik was een tikkeltje overmoedig misschien, maar is het leven niet aan de durvers? HASTA LUEGO
Lieve mensen, het is mooi geweest.








Epiloog. Woensdag 18 juli te Leuven

Ik heb de eindbestemming niet gehaald. Toch voel ik mij niet ongelukkig. Integendeel, ik ben een gans boek ervaringen rijker die ik niet rap zal vergeten. De onophoudelijke wolkbreuken en plensbuien tussen Noyon en Tours. De 80-jarige dame in Chartres die mij op het hart drukte “C’est le bon Dieu qui vous appelle”. De eerste beangstigende dip midden in de oneindige bossen van de Landes. De ongelofelijke ontvangst in het “acceuil des pèlerins” in St.Pied-de-Port waar ik van vermoeidheid bijna letterlijk binnenviel en de diepe emotionele ontlading die daarmee gepaard ging. De gigantische kom pasta die Jeanine, “mère des pèlerins”, er uit haar mouw toverde en er voor zorgde dat ik 2 nachten kon blijven. De loodzware beklimming onder een stralende hemel van de Ibaneta naar Roncevalles, “mijn Ventoux”. De hysterische massa Spanjaarden waarin ik terecht kwam in Pamplona tijdens de feesten van San Fermìn. De vieze matrassen in de sportzaal in Logrono. De totale uitputting in Belorado op nauwelijks 55 km van Burgos…
40 dagen lang vertrok ik iedere dag opnieuw vol moed en vertrouwen zonder te weten wat de dag mij zou brengen. 40 dagen in de woestijn... verstand op nul. In Belorado was het moment aangebroken om het verstand op één te zetten. Een aartsmoeilijk moment van ontgoocheling en veel traanvocht, maar ook van opluchting. Ik had een geweldige prestatie geleverd, die ik vooraf niet kon inschatten en ook niet wilde inschatten. De “opdracht” was voor 3/4de geslaagd en ik heb dus op zijn minst een onderscheiding verdiend.
Om de ganse tocht vanuit België tot Compostela in één ruk te kunnen volbrengen moet je voldoen aan een hele resem voorwaarden. Er moet een grondige motivatie zijn. De moraal moet uitstekend zijn. Het traject moet op voorhand goed bestudeerd zijn wat betreft overnachting en eetgelegenheid. Het lichaam moet tamelijk goed getraind zijn in uithouding. Er moet voldoende tijd voorzien zijn voor recuperatie. De fiets is vanzelfsprekend technisch in orde en de bagage gewikt en gewogen.
In Spanje ergerde ik mij hévig - misschien onterecht - aan het feit dat ik als fietser vanuit Leuven en èchte pelgrim moest voorrang verlenen aan de stappers in het algemeen, en vooral aan de Spaanse “toeristen” die eventjes voor enkele dagen met veel tamtam op stempeljacht vertrokken als een soort vakantietrip. Ik raakte gestresseerd door het te lange wachten aan de overvolle refugios en door de onzekerheid op een bed. Hierop was ik niét voorbereid.
Hierdoor had ik te weinig tijd voor recuperatie en kon ik op het laatste zelfs de slaap niet meer vatten. De vermoeidheid stapelde zich op en ik verdroeg de aanhoudende hitte boven de 30 graden niet langer. Alsmaar luider hoorde ik mijn lichaam schreeuwen : pasta of basta, hou er mee op! De moraal zat niet meer goed. Heimwee stak de kop op. Na 220 km in Spanje was het plots afgelopen. Hieruit zal ik leren. Ik hoop dat de Camino in Spanje niet door zijn eigen succes zal ten onder gaan… Scherpenheuvel in de zoveelste macht.
Het was afgelopen…dacht ik. Het is niét afgelopen. Santiago, je mag mij volgend jaar in september in Compostela verwachten! De laatste 306 km te voet met rugzak vanuit León. Dan ben ik 60. Of misschien tòch met de fiets vanuit Rocamadour over St.Jean-Pied-de-Port en de route Francès naar Compostela (1400 km)? Voelt er zich iemand toe geroepen om mij te vergezellen, man of vrouw?
Dank je Santiago want je was een uitstekend leider! Ik ben niet bestolen of verkracht, ik ben niet ziek geworden, ik heb geen bandenpech gehad! Dank je voor de hals over kop geïmproviseerde terugreis met de trein die wonderbaarlijk vlot verliep! Dank je voor de behouden thuiskomst!
Ik denk dat ik nu een beetje sterker in het leven sta. Ik was voortdurend verplicht uit mijn schelp te komen in contact met andere pelgrims van allerlei pluimage. Ik heb in St.Jean-Pied-de-Port een schelp gekocht als sleutelhanger, die ik voortaan “onderweg” altijd zal bij hebben. Als een soort fetisj of ouderwets schapulier, wat maakt het uit.
Men beweert : éénmaal scouts voor altijd scouts. Ik zeg : éénmaal pelgrim, voor altijd pelgrim.
Ik heb er absoluut geen spijt van. Het was zeker de moeite waard. Een geslaagd hoogtepunt in mijn leven. Maar... ik ben niet van het virus af?!
Pittig detail : ik ben met één rolletje wc-papier vertrokken en ik ben met datzelfde wc-rolletje terug thuisgekomen.

Ik heb beslist

Ik heb beslist mijn pelgrimstocht naar Compostela vanaf half augustus verder af te werken met de fiets. Zeer waarschijnlijk ergens vanaf Rocamadour in de Dordognestreek. Dan is het nog ongeveer 1450 km. Tenzij... ja, je weet maar nooit. Ik heb alvast het stof van mijn hometrainer geveegd want het komt er nu op aan mijn conditie minstens op het peil van vorig jaar te brengen. De zweetdoekjes liggen klaar, mijn fietsbroek en truitje zijn als nieuw gewassen en passen nog perfect. Dit bewijst dat ik in het najaar niet veel kilos ben aangekomen. Dit is al positief. Om buiten te fietsen vind ik het nog veel te koud. Hoe meer ik terug met Compostela bezig ben, hoe harder het terug begint te kriebelen. Het kriebelt verdorie in mijn keel. Rustig maar! Er liggen nóg virussen op de loer.

Terug op weg

Mijn vorige tocht verleden jaar kwam plots tot een einde in Belorado, 50 km vóór Burgos. Het verlangen om ooit eens in Compostela aan te komen bleef sluimeren....

De 3-delige “De Sint Jacobs fietsroute” van Clemens Sweerman (uitgeverij Pirola) was mijn leidraad. Op momenten dat ik verloren reed, of dat een vermeld hotel niet meer bestond, kon ik Clemens hevig verwensen. Toch vertrouw ik mij terug op hem om mijn verdere tocht naar Santiago te doen slagen.
In Frankrijk heb ik deze keer gekozen voor de fietsroute “Langs oude Wegen (deel 2)” van Clemens Sweerman en Aart van Rossum. Ik sluit op deze route aan in de buurt van Rocamadour in de Dordognestreek. Dit stadje was enkele tientallen jaren geleden - wellicht noch altijd- een vaste tussenstop op weg naar Lourdes. Het stadje ligt letterlijk tegen een stuk rotswand aangeplakt. Van daaruit heb je een adembenemend zicht op de vallei van de Alzon. Sinds de 11de eeuw is dit een druk bezocht bedevaartsoord en is voor veel pelgrims op weg naar Santiago een stop- en rustplaats.

Wat ben ik van plan?

Ik doorkruis in de Midi-Pyrenées de departementen Lot, Tarn-et-Garonne en de Gers. Vervolgens in de Aquitaine het departement Pyrenées-Atlantiques.
Vanuit toeristisch oogpunt fiets ik door de Quercy, Armagnac, Béarn, Pays-Basque en Basse Navarre.

De route doet geen echt grote steden aan. We doorkruisen eerder gezellige plaatsen en bescheiden oorden. Te vermelden zijn Cahors, Moissac, Lectoure, Montesquiou, Maubourget en Oloron-Ste.Marie, vertrekpunt naar de Col de Somport.
Vanuit Oloron-Ste.Marie fiets ik door een bergachtig landschap naar St.Jean-Pied-de-Port waar ik aansluit op de “El Camino Francés” over de Col d’Ibaneta naar Roncevalles. Als voorsmaakje van de Col d’Ibaneta krijg ik vanuit Oloron-Ste.Marie de Col d’Osquich te verwerken, een pittige klim tot 500m hoogte waarvan 3 km aan 8%.

In Spanje zal ik de Camino regelmatig eventjes verlaten, denk ik, om mij een grote zwenk te permitteren rondom de grotere steden als Pamplona, Logrono en Burgos. Ik besef dat ik hierdoor enkele culturele “musts” oversla. De Camino is echter zó druk bezaaid met historische kerkjes en bouwsels dat ik er gerust in ben voldoende aan mijn trekken te zullen komen. Ik wil niet meer verloren geraken en opgaan in al te druk en storend stadsgeweld.

De afstand in Frankrijk vanaf Rocamadour tot St.Jean-Pied-de-Port bedraagt ongeveer 450 km. Als ik er de 950 km tot Compostela bij tel, kom ik tot de maximale afstand van 1450 km. Ik mag 50 km verkeerd rijden!? Met een gemiddelde van 50 km per dag of minstens 250 km per week, moeten 6 weken ruimschoots volstaan. Het ganse traject, behalve de bloedhete “meseta” tussen Burgos en León, is meestal heuvelachtig tot bergachtig.
Alhoewel ik 400 km minder voor de boeg heb als de afstand die ik verleden jaar bij elkaar heb gefietst, zal ik dit traject van 1450 km maar wijselijk niet te fel onderschatten.
Ik vertrek vermoedelijk op 15 augustus vanuit Carlux bij Souillac en Rocamadour om ten allerlaatste op 28 september in Santiago de Compostela aan te komen.

Waarom ik mij dit jaar terug met zo’n tocht “kwel”?

Het is een luxe om “hasta luego” (tot weerziens) te kunnen roepen en gedurende meerdere weken alles en iedereen achter te laten. Een tikkeltje egoïstisch misschien.

Ik “kwel” mij in zekere zin om dezelfde redenen als verleden jaar maar met andere accenten. Op mijn fiets in de vrije natuur een beetje filosoferen en bezinnen, over wat ik met mijn verder leven nog wil aanvangen … tenminste voor zover ik daar veel vat op heb?
Verleden jaar merkte ik na één week reeds, dat ik bijna nergens meer aan dacht, tenzij aan de dingen om te overleven. Alles wat ik nog bezat waren mijn fiets, mijn fietszakken en wat er in zat. Ik voelde mij vrij! Vrij van wat ik deed, vrij van wat ik dacht … vrij van geloof! Vrij zijn is de beste manier tegen depressie, beweren heel wat therapeuten. In verband met die tocht las ik ergens : “Ce n’est pas moi qui fait le Chemin, mais le Chemin qui fait moi”.

Dit jaar ben ik er minder gerust in om alleen te vertrekken. Ik kan nu beter inschatten wat mij allemaal kan overkomen. Zoals ik een beetje had verwacht, heeft niemand zich op mijn blog aangemeld om mij te vergezellen. Ik hoopte op een medepelgrim vooral in verband met de veiligheid. Nochtans is het niet evident zo’n tocht aan te vangen met een medefiets(t)er zonder goede afspraken. Ieder moet op zijn/haar tempo kunnen fietsen, zeker bergop. Anders zijn spanningen niet te vermijden. Eigenlijk doe je zo’n tocht beter alleen. Het is de beste manier om in confrontatie te gaan met jezelf.
Een beetje naïef misschien, heb ik mij in Tongerlo nogmaals als pelgrim laten zegenen om bescherming. Je moet goed op mij passen, Sint Jacob, zodat ik heelhuids terugkom!

Ik heb een beetje toeristische informatie opgezocht:

Vanaf de buurt van Rocamadour tot Lectoure volg ik over Cahors en Moissac de Santiago-route komend vanuit le Puy. Deze weg noemde men indertijd de Via Podensis.
In plaats van deze verder te volgen richting Condom, Aire-sur-l’Adour en Navarenx, steek ik via Castéra-Verduzan en Biran over naar Montesquiou, waar ik aansluit op de Santiago-route, komend vanuit Arles en Toulouse. Deze weg werd de Via Tolosana genoemd en brengt mij langs Maubourget, Lescar, Lasseube en Oloron-Ste.Marie tot in St.Jean-Pied-de-Port aan de Frans-Spaanse grens.

Cahors in het departement Lot (hoofdstad van de Quercy met 30.000 inwoners).

De stad is langs 3 kanten omgeven door de meander van de Lot, zodat het een goed te verdedigen stad was. De meest welvarende periode van Cahors was de 13de eeuw toen een bloeiende handel ontstond onder de controle van rijke bankiers. Daarvan getuigen de rijke huizen die voor een groot deel opgebouwd zijn uit baksteen. Voor de vele arcades werd natuursteen gebruikt. In 1345 was de hele stad omring, niet alleen door de Lot maar ook door een ringmuur die de hele meander van de rivier afsloot. Op deze plaats loopt nu de boulevard Gambetta.

Een heropleving komt tot stand wanneer paus Johannes XXII, afkomstig uit Cahors, er in de 14de eeuw voor zorgt dat er een karthuizer klooster in de stad komt, dat de stad een universiteit kreeg, en dat er een aanvang gemaakt werd met allerlei molens aan de Lot. Toch gaan de handel en nijverheid langzaam achteruit.
Pas in de 16de eeuw is er een echte heropbloei en wordt er terug gebouwd dat het een lieve lust is zoals het “Maison Henri IV” (nu het Hôtel de Roaldès).
In de 19de eeuw ondergaat de stad een grote wijziging, het oude verdedigingswerk dwars door de stad wordt gesloopt, en wordt de boulevard Gambetta de centrale as. Aan de overkant van de oude stad wordt er fors gesloopt en worden een serie van grote bouwwerken gerealiseerd, onder meer het Hôtel de ville (1837-1847), het theater (1832-1842), het paleis van justitie (1857) en de bibliotheek (1890).

De moeite waard zijn :

  • de Pont Valentré: deze brug is een schoolvoorbeeld van een middeleeuwse vestingbrug. De torens moesten de toegang tot de stad verdedigen. Het bouwen van de brug heeft 70 jaar geduurd, daar is ook de mythe van de duivel ontstaan. De bouwmeester van de brug zou zijn ziel aan de duivel verkocht hebben. Met een list probeerde hij er vanaf te komen. Als represaille brak de duivel elke nacht af, wat er de dag ervoor aan de centrale toren toegevoegd was. Bij de restauratie in de 19de eeuw is daarom een duivel in de toren toegevoegd.
  • de Cathédrale Saint-Etienne: een monumentaal bouwwerk, een verzameling van allerlei verschillende bouwstijlen van de 11de tot de 17de eeuw.
  • La Chantrerie: één van de mooiste monumenten in de oude stad, nu een expositieruimte.
  • het Museum Henri Martin: het voormalige bisschoppelijke paleis. Het bezit thans een vaste collectie van Henri Martin (1860-1943), een bekende Franse neo-impressionist, die schilderde in zijn atelier niet ver van Cahors.

Moissac in het departement Tarn-et-Garonne (12.000 inwoners).

Dit stadje op de Tarn werd in 506 door Clovis gesticht in de nabijheid van een benedictijnerabdij. Door de eeuwen heen werd deze verschillende malen verwoest maar telkens heropgebouwd.

Te vermelden zijn :

  • De abdij van Moissac: kreeg pas grotere betekenis toen het in 1047 met de abdij van Cluny verenigd werd. Het zuidportaal van de voorhal is één van de belangrijkste portalen van de Romaanse Languedoc en een voorbeeld voor veel andere in Spanje en Frankrijk. In het timpaan wordt Christus als wereldbeheerser voorgesteld, omgeven door de symbolen van de evangelisten, en door een schare engelen. Deze sculpturen beelden de Apocalyps uit.
    In de Apocalyps of Openbaring schrijft Johannes over de geheimenissen van de toekomst en vooral over het einde van de geschiedenis. Hij gebruikt daarvoor allerlei allegorieën en ondoorzichtige beeldspraak.
  • Ongeveer 1,5 km stroomopwaarts waar de Tarn en de Garonne samenvloeien, staat het indrukwekkende “Aquaduct du Cacor” te pronken. Het werd rond 1845 gebouwd. Door zijn afmetingen en door het harmonieus samengaan van de grijze natuursteen van Quercy en de roze baksteen van Toulouse, is het één van de belangrijkste architectonische monumenten van de streek en van de Franse waterstaatswerken.
  • Lectoure in het departement Tarn-et-Garonne (4500 inwoners).
    Een verrassend groen stadje, gelegen tussen tuinen en terrassen, fonteinen en palmbomen. Vanaf de promenade du Bastion heb je een mooi zicht over de vallei van de Gers. Bij open weer kan je in de verte de silhouetten van de gevreesde Pyreneeën zien opduiken.
    Het stadhuis, het vroegere bisschoppelijke paleis, krijgt veel bezoekers omdat zich in de achtertuin een uitnodigend zwembad ligt. In de benedenverdieping is een oudheidkundig museum met een unieke collectie aan fossielen en voorwerpen uit de prehistorie. Op het gelijkvloers is een reconstructie gevestigd van een apotheek uit de 19de eeuw die de oudste van Frankrijk zou zijn.

    Hier verlaat ik de Via Podensis.

    Montesquiou in het departement Gers (600 inwoners).
    Een oud vestingstadje. De hoofdstraat geeft uit op een stadspoort uit de 13de eeuw, een overblijfsel van een vesting van waaruit een zeer steil pad afdaalt naar de Osse.

    Hier kom ik op de Via Tolosana.

    Maubourget in het departement Gers.
    Een toeristisch plaatsje met een levendig winkelcentrum.

    Lescar in het departement Pyrénées-Atlantiques (6000 inwoners).
    Een stadje uit de Romeinse tijd (Bénéharnum) op een hoogte gelegen in de brede vallei van de gave de Pau. Het stadje gaf zijn naam aan de streek Béarn. De stad Pau ligt hier vlakbij. De kathedraal Notre-Dame is een monument in romaanse stijl, met schitterende mozaïek uit de 12de eeuw en graftombes van de koningen van Navarre. In 1608 is de toren ingestort. Aan de zuidzijde van de kathedraal was van 1569 tot 1600 dertig jaar lang een protestantse universiteit.

    Lasseube in het departement Pyrénées-Atlantiques (1600 inwoners).
    Een lang gerekt dorp met een kerk en woningen uit de 16de eeuw.

    Oloron Ste. Marie in het departement Pyrénées-Atlantiques (13000 inwoners).
    Een interessant stadje op de samenvloeing van de gave d’Aspe en de gave d’Ossau. Dit is de laatste pleisterplaats vooralleer de moeilijke klim over de Col de Somport aan te vatten op de weg naar Jaca in Spanje. Deze Col lijkt mij te hoog (1500 m) en ik kies daarom terug voor de Col d’Ibaneta.

    Oorpronkelijk was Oloron een romeinse vesting op de heuvel Ste.Croix, waarboven de gelijknamige kerk Ste.Croix staat te pronken en waarboven de promenade Bellevue loopt met zicht op de gave d’Aspe. De kathedraal Ste.Marie uit de 13de eeuw bezit een prachtig gebeeldhoud portaal met figuren uit de Apocalyps. Ze vertonen gelijkenissen met die in Moissac. De middenpilaar wordt gedragen door overwonnen Saracenen.

    Saint-Jean-pied-de-Port in de Pyrénées-Atlantiques (1650 inwoners).
    Een schilderachtig middeleeuws vestingstadje aan het riviertje de Nive vlakbij de Spaanse grens. Het is de hoofdstad van Basse-Navarre, één van de drie Baskische provincies in Frankrijk. Vanaf de wallen heb je een prachtig uitzicht over het dal van de Nive en de omringende heuvels en bergen. De Unesco heeft in 1998 de Porte de Saint-Jacques tot werelderfgoed verklaard.

    Dit stadje blijft sinds verleden jaar in mijn geheugen gegrift als de plaats waar ik onvergetelijk ben opgevangen door Jeannine, mère des pélerins.

    Saint-Jean-pied-de-Port is de laatste etapeplaats in Frankrijk vooralleer de Pyreneeën naar Spanje over te steken over de col d’Ibaneta naar Roncevalles.

    Roncevalles aan de Alto Ibaneta (1057 m).
    De route over Roncevalles bestond al in de Romeinse tijd en ook Napoleon gebruikte deze route in 1813 tijdens de aftocht uit Spanje. Het is een kale winderige plek waar een abdij staat uit de 13de eeuw. De kerk is van binnen vrij sober en de blik gaat naar het beeld van de Virgen de Roncevalles. De gebouwen van het abdij staan er verlaten en treurig bij. In de Capella de Sancti Spiritus liggen de pelgrims begraven die na de klim van uitputting in de abdij stierven.
    Roncevalles is onvermijdelijk verbonden met het beroemde Roelandslied, het trieste verslag van de laatste dappere daden van ridder graaf Roeland, neef van Karel de Grote. Dit lied was de hele middeleeuwen lang een tophit en werd tijdens lange, d

    Terug op weg langs de Camino Francés:

    Op weg naar Puenta la Reina maak ik een grote bocht rond Pamplona over Urroz, Monreal en Obanos. Ik wil in Pamplona niet meer verloren rijden. Ik herinner mij dat ik helemaal opging in de joelende en hysterische menigte tijdens de Stierenfeesten van San Firmín.

    Vóór Logrono sla ik af naar Oyon om over Laguardia en Cenicero het stadje Najéra te bereiken. Zo vermijd ik de wegenwerken aan de N120 waar ik verleden jaar meer mijn schoenen versleet dan mijn fietsbanden. Vanaf Najéra gaat het naar Sto. Domingo de la Calzada over Cárdenas, Villar de Torre en Ciruena.

    Nog eventjes en ik kom aan in Belorado waar ik verleden jaar noodgedwongen mijn fiets aan de wilgen mocht hangen. Voortdurende kniepijn en een plots omslaande moraal tot onder het vriespunt deden mij de das om.

    Het vervolg van de weg werd eerder beschreven op mijn blog onder “Route 2007.

    Bedankt lieve dochters, schoonzoons en familie die mij voor de 2de maal laten vertrekken en mij hierin terug willen steunen.

    Mijn sympathie en dank aan iedereen die mij volgde op mijn eerste tocht en mij nu terug wil volgen op deze tweede tocht.

    ¡A vosotros os digo hasta luego y a mí me deseo buena suerte!
    (Ik zeg jullie tot weerziens en wens mezelf veel succes toe!)

    Ruth, perigrina modesta.

'Afscheid' in Leuven

Enkele dagen voor het vertrek uit leuven ‘afscheid’ genomen van de familie met het onvermijdelijke taart eten voor de nodige energie….














Vrijdag 15 Augustus 2008 (Dag 1) Carlux bij Souillac - Vers (73 km)

Na een autorit van ongeveer 1000 km tot Carlux, vertrek ik morgen echt waar richting Compostela. Ik heb hier 2 dagen geleefd als een godin aan de Dordogne. Gelanterfant, genoten van de zon en de regen. Even genipt aan een glasje wijn, wat afgekoeld in het diepblauwe zwembad. Ja, zelfs een kuitenbijter geprobeerd met bagage en al. De Dordognestreek is een waar fietsparadijs.Of ik er zal in slagen iedere dag iets van mij te laten horen... ik zal proberen. Mijn allereerste doel is nu wel aankomen in Compostela. Groetjes en tot weldra op dit medium.
Nog een vrijblijvende mededeling van de sponsor.

Het is zover. Ik hou het afscheid kort. Te emotioneel.








De Dordognestreek is mooi maar ik voel algauw niet voor beginners. De ene col volgt de andere op, dalend en stijgend tussen 200 en 400 m. Bovenop de causes van de Quercy en de Lot zijn de vergezichten met de flarden witte watte wolken oneindig. In Labastide-Murat moet ik af de fiets. Tè stijl. Een ideale training voor de Pyrenées binnen een een 10-tal dagen. De camping aldaar is niet meer dan een grasveld op een winderige hoogte. Ik besluit af te dalen tot in Vers. Hier ligt de camping pal aan een rivier en de prijs is belachelijk klein. EEn mooie dag. Ik ben moe en heb me nu al ietsje overtroffen. Even paniek want mijn notaboekje met al mijn notities is even zoek. Ik vind het onder mijn luchtmatras. het is tijd om horizontaal te bekomen van de eerste rit.

Zaterdag 16 Augustus (Dag 2) Vers op de Lot - Castelnaud-Montratier

De nacht was bibberkoud. Al vlug ben ik tot Cahors afgedaald waar ik vanop een bank de Pont Valentré bewonder. Op deze bank heb ik ooit met mijn 2de partner gezeten. Het verlaten van de valei van de Lot is geen kinderspel. Een 4tal hellingen van 4 à 6% doen mij veel naar de drinbus grijpen. Gelukkig is deze veel groter dan vorig jaar. Rond 14u30 bereik ik Castelnaud waar een brasserie in de zon mijn eetlust niet onder bedwang kan houden. Ik laat me gaan en overloop in gedachte de prachtige panorama's van de Quercy. De camping is klein maar verzorgd. Het is vreemd. Pas 2 dagen onderweg en het is alsof ik nog aan de tocht van verleden jaar bezig ben. De 14 maanden er tussen lijken plots helemaal opgelost. Hoe relatief is de tijd toch.

Cahors


Camping

Zondag 17 Augustus (Dag 3) Castelnaud - Moissac (40 km)

De hemel isdreigend zwart boven de wijngaarden en velden vol pruimende zonnebloemen. De route verloopt bergop bergaf zoals gisteren en eergisteren.Stillaan zak ik af naar Moissac op de Tarn. Een prachtig stadje "en kermesse". Het is drummen naar de beroemde abdij, vroeger een grote pleisterplaats voor de pelgrims. Ik installeer mij op de camping met zicht op de brede Tarn die hier ongeveer in de Garonne uitmondt. Het is ondertussen 30° C. Ik hang een beetje de toerist uit. Deze avond ga ik hier eens uitproberen wat voor lekkers de streek te bieden heeft. Ik zit op schema... Onderweg heb ik verschillende pelgrims ontmoet, te voet en per fiets. Eens raden?... Juist, Nederlanders.

Moissac




Camping Moissac


Garonne

Maandag 18 Augustus (Dag 4) Moissac - Lectoure (66 km)

Ik had het nog kunnen weten van verleden jaar. Op maandag zijn in Frankrijk alle Bakkers gesloten, dus ook in Moissac. Zonder ontbijt vertrek ik voor een zware rit als ik de kaartjes met de hoogteprofielen mag geloven.Algauw staan de zonnebloemen rondborstig te schaterlachen in de verzengende hitte van 36° C. De druifjes van de Armagnac voelen zich lekker onder de azuurblauwe hemel. Op de fiets is het zwaar. Een opeenvolging van heuvels kms lang tot soms 10%. Een Schot komt "gezwind" voorbij gepeddeld. Mijn kuiten zijn dan ook slechts een flauw afgietsel van de zijne. Hij begrijpt mijn Engels vrij vlot. De lessen Engelse konversatie beginnen zijn vruchten af te werpen. Hij is ook op weg naar Compostela vanuit de Auvergne. Regelmatig moet ik af de fiets om lucht te happen. Na 4 liter water bereik ik halfdood of levend Lectoure. De 4 sterren caming is veel te druk maar de douche met sproeiers van langs alle kanten is hemels. Ons auto verkeer is slecht voor de natuur. Niet omwille van de CO2. Gisteren zag ik een dode vos op de weg. Vandaag 2 omvergereden herten in de gracht...

Dinsdag 19 Augustus (Dag 5) Lectoure - Castéra Verduzan (30 km)

Het is bewolkt en er dreigt onweer. De ondraaglijke hitte en de opeenvolgende steile heuvels van gisteren zijn duidelijk nog niet goed verteerd. Daarom wil ik niet verder dan Castéra waar een camping is aan een meertje. Hier wil ik uitrusten. De campinguitbaatster is zeer gelovig. Als ik mijn stempelboekje bovenhaal, biedt ze mij als vanzelfsprekend een leegstaande caravan aan. Deze heeft ze altijd ter beschikking van de pelgrims. Ik mag eralleen over beschikken. Er is een werkende frigo en gasvuurtje. Evident zou je zeggen maar voor mij is dit al een hemelse luxe. Het is tijd om mij een beetje te fatsoeneren. Ik ben de mevrouw zeer dankbaar want de "fortes orages" die ze beloofde zijn ondertussen met veel klank begonnen.
De Spaanse grens is nog ongeveer 200 km verwijderd. Tot nu was het een zeer zware weg die ik toch een beetje onderschat heb. Vandaar deze korte rit.


Woensdag 20 Augustus (Dag 6) Castéra Verduzan - Montesquiou (43 km)

In deze streek is overnachting vinden niet evident. De weinige hotels of chambres d'hôte zijn overal volgeboekt. Dus richt ik mij noodzakelijk op de campings. Deze bepalen zo een beetje de afstand. Vandaag weer een heuvelend parcours - altijd hetzelfde verhaal - met stokoude slapende dorpjes. In Biran, niet meer dan de resten van een middelleeuwse donjon en 1 hoofdstraatje, nodigt een al even stokoud vrouwtje mij uit om het kerkje te bezoeken met de "hemel"sleutel in de hand. Gelijk heeft ze, want het altaar is een juweeltje uitgehouwen in de steen van de streek. In Montesquiou is alles volgeboekt - ik was zo graag eens op hotel geweest - en kan slechts terecht op een kasteelcamping ... uitgebaat door Nederlanders. Is dit nieuw? Een prachtig domein rond een kasteel. Ik mag een plaatsje zoeken. Toch is het even balen. Het restaurant is deze avond dicht wegens een personeelsfeestje einde seizoen. De patronne wil voor mij speciaal een pizza royale en een pak friet met een worst klaarmaken. Als ik het tentje opzet hoor ik iets kraken : een tentstokje midden door! Gelukkig heb ik een reservestukje bij en met wat plakwerk geraakt het oke. Hopelijk houdt het nog enkele dagen. Mijn "grote probleem" van de laatste dagen is opgelost . Geen tentje in Spanje. Een wespensteek in mijn links onderbeen begint op te zwellen.

Kasteelcamping Montesquiou


Kasteel Montesquiou

Donderdag 21 Augustus (dag 7) Montesquiou - Maubourget slechts 33 km

Met twijfels vat ik de rit aan. Tot de spaanse grens geen streepje vlak meer. Collines, cols, heuvels, hellingen ... Deze nacht heb ik liggen piekeren. De lucht is klaarhelder en het wordt weer heet. Tot nog toe geen spatje regen gehad. Aan de horizon doemen de eerste silhouetten van de Pyreneëen op. Prachtig en overweldigend decor om in te fietsen. Een postkaart met een diepblauwe hemel. De benen zijn echter verkrampt, mijn hoofd is kokend heet. Mijn onderbeen is een beetje gezwollen en rood. Is dit wel een wespensteek ? Ik bel naar een Logis de France in Maubourget. Er is zowaar een kamer vrij. Rond 14 uur mag ik reeds op de kamer. Na een opmonterende douche plof ik op bed. Een écht bed. In 7 dagen niet meer gezien. Tijd om mezelf eens helemaal onder de loep te nemen en mij terug toonbaarder te maken. Ik ontsmet de "wespen"steek. De spieren blijven verkrampt. Is dit niet een teken om eens een dagje rust te nemen?

Vrijdag 22 Augustus (dag 8) Maubourget - Maubourget 0 km rustdag

Ik wordt door het Logis naar een ander Logis de France doorgestuurd, 4 km verder op naar Tarbes. Ik kan niet blijven wegens volzet wegens "les fêtes de torro de Maubourget". Ik voel mij koortsachtig en onwel. De 2 "wespen"steken baren mij zorgen. Ze worden steeds roder. De madame van het Logis rijdt met mij naar haar docteur généraliste, een vriendelijke man. Hij stelt vast dat ik 2 tekenbeten heb en schrijft mij 5 dagen Monozeclar voor. Ik heb ook een "coup de fatigue". Voor de rest ben ik kerngezond. "Quant vous voulez arriver à Compostèle, il faut réposer de temps en temps, madame". Dus verplicht ik mij tot een dagje rust en blijf de ganse namiddag horizontaal. Het kan mij niet meer schelen. Buiten regent het toch en probeert het te donderen. De formule 1/2 pension is hier s'avonds uitstekend. Een deegbuideltje met geitekaas en groentjes, ratatouille van kalfsvlees met tagliatelli en sorbet van passievruchten voor een prijs dat in België niet meer mogelijk is.

Zaterdag 23 Augustus (dag 9) Maubourget - Morlaàs (42 km)

De hotelierster is een tikkeltje geëmotioneerd wanneer ik na een stevig ontbijt afscheid neem. Als er iets is moet ik haar zonder twijfelen opbellen. Alles samen ongeveer 500 m hoogteverschil. Het gaat onverwacht goed. De rustdag heeft mij deugd gedaan. Het is niet te warm, de benen zijn goed, de tekebeten beginnen te ontzwellen. Het landschap is adembenemend mooi en pastelblauw gekleurd door de bij ons zeer zeldzame korenbloemen. Ik wil niet te ver rijden en mij sparen voor de Pyreneën. Ik installeer mij in Morlaàs voor de eerste maal in een echte pelgrimsgîte. Er komt een evenjonge dame binnen als ik, die te voet (!) van Maubourget komt, 37 km. Zij is sinds 4 jaar weduwe. We begrijpen elkaar maar al te goed.

Morlaas






Morlaas op de route



Zondag 24 Augustus (dag 10) Morlaàs - Oloron St. Marie (61 km)

Met een grote bocht fiets ik rond Pau. In Lescar rij ik verloren. Een zeer hoogbejaarde fietser op een koersmachien legt mij in 15 minuten uit welke kant ik uitmoet. Zijn uitleg klopt! Het gaat nu regelrecht richting Pyreneëen. De bergen worden steeds gedetailleerder en hoger. Zou dat ginds de Aubisque zijn of de Pic du Midi de Bigorre? In Lassuebe is er een uitnodigend terras. Ik kan er vandaag enkel à la carte eten maar de opdienster stelt mij toch als plat du jour kalfsragout voor. Nog een chocoladedessert voor de nodige kaloriën, en daar gaan we weer. Op het terras zat ook een groep feestvierders. Iemand van hen was gisteren getrouwd en zat daar verkleed in haan of kieken. Zo zat als een kanon willen ze met mijn fiets rondtoeren maar kan dit gelukkig onder kontrole houden en weigeren. Oloron ligt onwaarschijnlijk ver. Onderweg nooit geen 1/4de rosé meer. Rosé is in Frankrijk op het ogenblijk een echte hype. Er wordt 20% meer rose gedronken dan verleden jaar. Doodmoe maar tevree vind ik in Oloron een betaalbaar hotel. De "schoonmaak" en fatsoenering kan terug beginnen.

De Pyreneeën

Maandag 25 Augustus (dag11) Oloron St.Marie - Mauléon-Licharre (41 km)

Onder een zwart wolkendeken gaat het richting Col d'Osquich. Hoe is het mogelijk!? Heen en terug rij ik 8 km in de verkeerde richting. Na 25 km bereik ik l'Hopital St.Blaise. Een gehucht dat een juweeltje bezit, een 12de eeuws romaans kerkje met spaanse mosliminvloeden. Het is gerestaureerd door de Unesco. Ik neem de tijd voor een woordje uitleg, begeleid door zeer sfeervolle muziek en een lichtspel. Daar tegenover eet ik mijn buikje vol en ik wordt er door de baskische achtergrondmuziek aan herinnerd dat ik in Baskenland aanbeland ben. Ik voel wel iets voor dit Baskenland! Het begint lichtjes te regenen - de 1ste maal tijdens mijn tocht - en stop in Mauléon. Er is pelgrimsopvang in een oud klooster. Het avondmaal wordt opgediend niet om 19 uur maar om 5 voor 19 uur. "Niet vergeten". Een kompleet diner met tomatensoep, vis met puree en groentjes, daarna fruit, kaas en een Yougourtje (mis geschreven?). Voor mij zit de nog enige pelgrim, een student uit Narbonne. De 6 gepensioneerde priesters zijn erg geïnteresseerd in de toestand in België. "Est-ce que la Belgique va éclater?". Ik probeer het uit te leggen en ze begrijpen dat het een zeer komplexe toestand is. Hier in Baskenland spreekt 15% van de bevolking baskisch. Ik leg hen uit dat er nog geen aanslagen zijn gebeurd.

Weetje : Mauleon is het meest belangrijke stadje in Frankrijk omwille van zijn handgemaakte espadrilles.

l'Hopital St Blaise




Mauleon pelgrimsklooster



Dinsdag 26 Augustus (dag12) Mauléon - St. Jean Pied-de-Port 42 km (iets meer dan 500 km)

Hier sta ik terug. Ik ben gelogeerd in hetzelfde pelgrimshuis als verleden jaar, bed 16. De Madame des Pèlerins herkent mij van verleden jaar en ik voel mij aanstonds thuis. Ze herinnert mij nog hoe moe ik was! Straf! Hier passeren duizenden pelgrims en ze herinnert mijn verhaal nog! Naast mij liggen 3 Koreanen en onder mij een Italiaan. Dit is de èchte Camino. Het was een zware rit over de Col d'Osquich, 5 km klimmen aan 8%. Een betere oefening vooralleer de Ibaneta aan te pakken bestaat er niet. De ontlading is gelukkig niet meer zo groot als verleden jaar. Ben ik ondertussen toch wat sterker geworden?
Verschillend van verleden jaar is dat ik mij dikwijls verwen met lekker eten. Goed en veel eten is belangrijker dan een luxebed met bad. Ik ben bang voor de Col d'Ibaneta morgen. Zou ik hier een dagje blijven? Dan moet ik morgen verhuizen van refuge.



Op de col


Larceveau