• : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : Function ereg() is deprecated in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/file.inc on line 647.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Zondag 9 Juni 2013 (dag 15) Castro-Urdiales - Laredo slechts 25 km.

Door de wind … door de regen … is dit geen liedje? Het regent pijpestelen. Niets bemoedigend. “Wij hebben dit in juni nog nooit meegemaakt” vertellen de Spanjaarden ons. Alles is kletsnat. Beken water stromen in watervallen over de weg. Het is koud en ongeveer 14°C. Waar zijn we in godsnaam mee bezig? De bergen en de zee zijn vermist in de dikke mist. Het is één grote ellende. In Laredo houden we het voor bekeken als het nóg harder begint te gieten en schieten het eerste beste hotel binnen. Op TV tonen ze beelden van overstromingen in Pamplona! Pamplona staat onder water! Er komt een smsje binnen van het thuisfront dat het in België 25°C is en een staalblauwe hemel. De wereld op zijn kop.






Maandag 10 Juni 2013 (dag 16) Laredo – Vivedo 60 km.

Het is bewolkt maar er valt geen nattigheid uit. In Laredo fietsen we langs de langste playa van Cantabrië. De hoogbouw is hier lelijk zoals in Knokke of blankenberge. Veel flats staan leeg of “se vende”. Zijn dit tekenen van de crisis of heeft men hier waanzinnig teveel gebouwd? De wolken hangen hoog rond de bergen. Het zal dus niet regenen waarschijnlijk. We waden ons door het gele zachte strand naar het overzetbootje naar Santona. De aanlegsteiger is een smal plankje waar we de zwaar geladen fietsen nauwelijks over kunnen hijsen. Daarop volgt een “vlakke” rit van 25 km. naar Somo, dit toch niet te onderschatten is wegens een heuvel tot 160 m. “Vlak” betekent in Spanje eigenlijk toch “bergop” en achter die ene berg duikt een andere heuvel op of andersom. De overzetboot van Puntal de Somo naar Santander is iets groter. Spaanse wielertoeristen drummen om als eerste op de wiegende boot te zijn. De fietsen er op krijgen is door de smalle trappen een hele heksentoer. Zonder de hulp van de kapitein zou het niet lukken. Santander is een grote te drukke mierennest die we vlug proberen te doorkruisen richting Sant Cruz de Bezana. Op de vele rotondes snijden de auto’s ons geërgerd gevaarlijk de weg af. In Bezana is het rond 14 uur hoog de tijd voor de comida bestaande uit de gebruikelijke “de primero, de secundo en de postre”. De zon breekt door en we willen verder geraken dan de schamele 25 km. van gisteren. De N-611 gaat bergop bergaf tussen 50 en 150 m. aan 8%. In Veveda worden we overmand door vermoeidheid. Het ***-hotel is luxueus en toch goedkoop. Dit is verdiend, tóch?


















Dinsdag 11 Juni 2013 (dag 17) Vivedo – Unquerra 47 km (In Asturië over de helft op 697 km.)

Eindelijk een azuur blauwe hemel Spanje waardig!. Het wordt warm tot 27°C. Zoals altijd gaat het bergop bergaf tussen 0 en 150 m. soms aan 9%. Lastig! Maar wat een panorama’s! Voorbij Santillana del Mar vol statige herenhuizen duiken plots de besneeuwde toppen van de Picos de Europa op tot 2800 m. Cóbreces, Comillas, San Vincente de la Barquera zijn stuk voor stuk onbeschrijflijk mooie stadjes met rijke huizen, kerken en kloosters … om ter grootst of … om ter heiligst? Latijns-Amerikaanse stijlelementen herinneren ons eraan dat hier eeuwenlang veel inwijkelingen uit Latijns-America verbleven en nog verblijven. Tegenwoordig dikwijls gefortuneerde gepensioneerden. De route is één langgerekte panoramafoto onmogelijk om vast te leggen. Rechts de oceaan verscholen tussen groene kliffen, links groen middelgebergte met vredig grazende koeien. Daarachter het woeste decor van de wit besneeuwde Picos de Europa. In Unquerra dat pal op de grens ligt met Asturië boeken we in het tot nog toe goedkoopste hotelletje naast de “grens”-brug. De stokoude maar energievolle gastvrouw noemt “Maria Jésus” en schrijft gedichten. Een avondwandeling langs de betoverende Ría Deva maakt deze vakantiedag compleet.














Woensdag 12 Juni 2013 (dag 18) Unquerra – Ribadesella 62 km.

We rijden de brug over en komen in het groene Asturië, een autonome provincie die de Spanjaarden beschouwen als hún bakermat, want hier begon de reconquista tegen de gevreesde Moren. Voor ons komt deze regio zeker niet overeen met het vakantiebeeld van het overgoten zonnige Spanje. Het regent hier veel. Vandaag echter is de hemel diep blauw. Het zou zelfs tot 30°C. worden. Leve de zomer! Onmiddellijk worden we getrakteerd op een steile helling tot 130 m. We missen de uitgestippelde weg en komen op een klein wegje midden de bergen in malse “alpenweiden”. Wat is het hier mooi. Eén zachte streling voor het oog. We voelen ons als in de Alpen op 1000 m. Regelmatig rijden we door aangenaam schaduwrijke bosjes van eucalyptusbomen. Een specht zit ongestoord te boren in een boom. In Llanes komen we terug aan de oceaan. Mensen liggen rustig te bruinen langs de schuimende golven. Constant is er wel iets dat de aandacht trekt. Een zonovergoten playa tussen de rotsen, een mooi koloniaal gebouw … we vergeten zelfs te eten. We moeten ons na lang zoeken tevreden stellen met een “comida” in een restaurant aan een tankstation aan de autostrade vol ruige truckers. Een soort vissoep met slappe te lang gekookte elleboogjes, daarna inktvisachtige zwartgebakken schepsels “a la plancha”, die ons maag doen opspelen. De “flan normal” kan een beetje de honger temperen. Het wordt bloedheet als we in rechte lijn naar Ribadesella fietsen. Nu en dan een korte stop in de schaduw van een lommerrijke boom maakt de hitte een beetje draaglijker. De drinkbussen zijn al lang leeg gedronken als we in het toeristenstadje aan de Sella aankomen. De 300 m. lange brug over de Sella was ooit de langste brug in Spanje. De vele statige huizen getuigen van een rijk verleden waar menig beroemde persoon graag verbleef.
















Donderdag 13 Juni 2013 (dag 19) Ribadesella – Villaviciosa 41 km.

Wij worden gewekt door het zware gekletter van de regen in de dakgoot. Oh boy, zouden we wel vertrekken? We pakken ontstemd in en eten in afwachting aan de overkant enkele bocadillos. Plots raadt de heilige geest of St. Jacob ons aan het tentje naar België terug te sturen. We hebben er nog maar 1 keer in geslapen. De man van de “correos” helpt ons waardig en met veel geduld het tentje in een te kleine doos te moffelen. Een plakband er rond, een document invullen en we zijn van 4,5 kg. af. We “schuren” over 2 heuveltoppen tot 130 m. in de regen die loodrecht op onze infrastructuur plenst. Na de “comida” in Colunga besluiten we toch maar verder te fietsen. Na de zoveelste regenbui en heuveltop tot 160 m. “racen” we als 2 waterkiekens Villaviciosa binnen. We kloppen aan aan het bevlagde hotel Carlos I, een goedkoop maar kraaknet en stijlvol hotel uit de tijd van “upstairs downstaires”. De zeer vriendelijke dame die duidelijk gewoon is pelgrims te ontvangen, stelt voor onze kleren te wassen en te drogen in 1 uur in de plaatselijke wasserij voor een habbekrats. Glunderend namen we dit aanbod graag aan. Een dag vol emoties … vele regenbuien … maar we hebben er nog geen minuut aan gedacht te stoppen. Wat een avontuur is de Camino toch.






Vrijdag 14 Juni 2013 (dag 20) Villaviciosa – Luanco 55 km.

Vrijdag 14 Juni 2013 (dag 20) Villaviciosa – Luanco 55 km.

Wolken slenteren in flarden langs de groene bergwanden. De gastvrouw kijkt wantrouwend naar de bergen als we vertrekken. Moeten jullie daar naar boven? We zijn een beetje zenuwachtig want de steile Alto de la Cruz op 400 m. en de al even hoge El Cubiéllo wachten op ons. In plaats van richting Peón te fietsen, vergissen we ons. Verkeerd rijden we langs de N-632 naar Avilés. We stellen blij vast dat de weg zich rond deze bergen slingert in plaats van er boven op, tot slechts 250 m. hoog. Lastig genoeg zo! In Somio probeert een wielertoerist in zijn ratelend op de zenuwwerkend Spaans met veel gebaren, en zeer geïnteresseerd in onze fietsen want hij rijdt ook met een Trek, ons te overtuigen niet rechtstreeks naar Avilés te fietsen. Het is beter over Luanco langs te kust te rijden want “mucho mucho tráfico”. De zon breekt door als we vanaf de playa van Serin in de diepte Gijón zien liggen. Wonderwel lukt het ons zonder veel problemen door de stad te raken door zoveel mogelijk het strand te volgen. Bij het verlaten van de stad duiken langs beide kanten van de weg zwart-rode schoorstenen op van staalfabrieken en hoogovens in werking. Ze spuwen allerlei stoffen uit van bedenkelijke kwaliteit. Daar gaat onze dagenlange luchtkuur! De weg naar Luanco blijkt een vier baanvaks weg te zijn met gevaarlijk snel verkeer als op een autostrade. De hellingen zijn verraderlijk steil en moeilijk in te schatten. Doodvermoeid vinden we dicht bij de playa van Luanco een hotelletje. Een tof authentiek badplaatsje om een rustdag te houden.




Zaterdag 15 Juni 2013 (dag 21) Luanco. Rustdag na 919 km.

Het is warm zomerweer. Vele oma’s en opa’s spelen met hun kleinkinderen op het strand. We bezoeken het “Museo del Mar”, hét Maritiem Museum van Asturië. Een absolute aanrader als je van scheepsmaquettes en van modelbouw houdt, 3 verdiepen hoog voor een spotprijs.


Zondag 16 Juni 2013 (dag 22) Luanco – Soto de Luina 54 km.

De zon is op het appel als we onze “ideale” rustplaats verlaten. Als we links de zwarte hoogovens en vervuilende schoorstenen zien opduiken rond Avilés begrijpen we waaraan we ontsnapt zijn door langs de kust te rijden. Een geelachtige zwavel smog hangt stinkend over de “ijzeren stad”. Gelukkig is het zondagmorgen. Door het weinige verkeer kunnen we deze deprimerende stad rap achter ons laten. Voorbij Salinas verschijnen eindelijk weer de groene weiden en de heuvels van het Cantabrische middengebergte. De ene kuitenbijter volgt de andere op soms aan meer dan 10%. Nu en dan worden we beloond met een onvergetelijke “mirador” op de golvende oceaan in de diepte. Mooi … dat wel … maar eens te meer de zoveelste klim voor gevorderden. Het is ondertussen 34°C en geen zuchtje wind. In Cudillo is het even spannend als we vanuit dit diepe gat een autostrade in aanbouw oprijden langs een tientallen meters hoge viaduct. De kleine dorpjes hier zijn opvallend minder rijkelijk dan in Baskenland of Cantabrië. Overal bemerken we “se vende” op bouwsels in verval. Ook op nieuwe huizen. Zou de crisis hier hard toeslaan? In het slapende dorpje Soto de Luina midden in de heuvels houden we halt in de herberg Paulina “special for peregrinos”, een “opgeknapte” privé refugio. We zijn eigenaardig de enige gasten. Nog de was en de plas, nog een pint en de dag is weer voorbij.


Maandag 17 Juni 2013 (dag 23) Soto de Luina – Otur 49 km.

Het weer ziet er niet denderend uit. De zon lukt er niet in de zwaar bijeen gepakte wolken te doorprikken. Integendeel. Het begint te miezelen. De Camino gaat al vrij snel naar boven tot 150 m. De weg kronkelt onophoudelijk in scherpe bochten langs de kustlijn, soms dwars door geurige eucalyptusbossen. De ene klimpartij volgt de andere op zonder te kunnen recupereren. Het landschap is prachtig. Voortdurend een onvergetelijk wondermooi plaatje. De zon breekt door. Het is ideaal fietsweer rond 20°C. Groene heuvels, klaterende beekjes … grazende koeien die ons niet te moeite waard vinden om even op te kijken. De zee is nooit ver weg, de playas vlakbij. Veel huizen staan er verlaten bij. Veelal “se vende”. Zo gaat het de ganse dag door over Cadavedo, Canera, Luarca. In Otur hebben we alles samen weer eens 600 m. geklommen en zijn we moe gestreden. Is er al één dag plat geweest in Spanje? Neen helaas.














Dinsdag 18 Juni 2013 (dag 24) Otur – Ribadeo 48 km. (na 1000 km. zijn we in Galicië)

Het is niet te warm zoals gisteren. Het landschap wordt weidser, de bergen minder hoog. We volgen de drukke N-364 die als enige kaarsrecht naar Ribadeo loopt. De autostrade is vanzelfsprekend geen optie. De tocht is eerder saai, tenzij de oceaan zich nu en dan nog eens laat zien. De temperatuur wordt sterk getemperd en afgekoeld door de noorderwind van over de oceaan. Als hoogtepunt van de dag steken we de brede Ría van Ribadeo over langs een smal voetgangerspadje over de duizelingwekkend hoge autostradebrug. Het 1,5 km. lange padje is nauwelijks breder dan onze fietszakken. De frisse oceaanwind draagt zonder problemen de in grote bochten zwevende zeemeeuwen. In de verte komt een vissersboot aangevaren vol “mariscos”. Diep beneden aan de oevers van de Ría liggen er kleine strandjes van waaruit “gelukzakken” het glasheldere water inspringen. Hier nemen we afscheid van Asturië. Hier nemen we wat bedroefd definitief afscheid van de Atlantische oceaan. We zijn in Galicië aanbeland dat hoofdzakelijk bestaat uit midden gebergte. De namiddag hebben we vrij om wat rond te kuieren in het oude ontgoochelende stadje dat weinig rijkdom uitstraalt … integendeel. De stokoude huizen zijn in een onbegrijpbaar kluwen rond en op de rotsen gebouwd. Het hotelletje is beneden alle peil. In Spanje zijn de hotels goedkoop en tot onze grote verwondering altijd onberispelijk zeer netjes. Nooit vuile toiletten.














Woensdag 19 Juni 2013 (dag 25) Ribadeo – Lourenzá 44 km.

We worden onmiddellijk onder een loodgrijs wolkendek het midden gebergte van Galicië ingestuurd van 20 naar 430 m. over ongeveer 12 km. klimmen. Hoe hoger we zitten hoe harder het begint te regenen. Onder de regenjas hangt een zwoele natte geur van zweetvocht en condensatie druppels. Na de welgekomen comida in Trabada op 150 m. herbegint het verhaal van de voormiddag opnieuw. De klim naar 435 m. is eindeloos. Natte dikke mistflarden wisselen af met kille onaangename regen. Als je met de Camino de hemel kan verdienen, dan krijg je deze beslist niet cadeau. De afdaling naar Lourenzá is lang en glibberig gevaarlijk door de vele plassen en afgevallen eucalyptusbladeren. De vingers zien verkleumd wit van de kou. Boven was het misschien nauwelijks 10°C. In Pensión Gloria worden we hartelijk met de nodige Spaanse moppen ontvangen door de plaatselijke eigenaar pasteibakker. Hij heeft 4 prachtige kamers ter beschikking met een gemeenschappelijke volledig ingerichte keuken. Is dit niet een beetje overdreven luxe? Een bakker die met zijn zwart geld niet weet wat doen? Wij vragen het ons alleszins af. Morgen bestaat de “desayuno”, het ontbijt, uit taartjes en gebak van vandaag op lade 4 in de frigo.








Donderdag 20 Juni 2013 (dag 26) Lourenzá – Vilalba 48 km.

De veel kabaal makende Spaanse stappers die laat gisteren avond laat gearriveerd zijn hebben de ganse tafel ingenomen. Als we niet attent zijn eten ze nog onze taartjes op ook. We moeten vandaag naar een hoogvlakte op 600 m. De pasteibakker raadt ons aan vanaf Mondoneo niet de Camino te volgen wegens véél te zwaar maar langs de N-634 te fietsen. Hij heeft er echter niet bij verteld dat er verschrikkelijk veel verkeer is. Wat weten Spanjaarden eigenlijk van fiets-trekking? De zwaar volgeladen camions en zwarte roet uitstotende vrachtwagens zoeven gevaarlijk dicht bij tijdens een oneindig lange klim van 15 km. lang tot 650 m. hoogte bij Gotán. Waarom hebben wij ons laten overhalen deze “stomme” weg te nemen die al even hoog gaat als de Camino. “We missen een heel stuk natuurschoon”. Vanaf Gotár volgt er een kaarsrechte weg over Abadín en Martinán. De huizen staan er vervallen bij. Weer bemerken we overal plaatjes “se vende”. Galicië is duidelijk niet de rijkste provincie. Het moet hier zeer slecht gaan in de immobiliënsector. Het begint te regenen. Weer zoals in België. “Espagna verde” heeft zijn naam niet gestolen. Vilalba is groter dan verwacht maar zonder uitstraling. De lange hoofdstraat bestaat uit hoge gebouwen en grijze kantoren. Winkels zijn er genoeg maar een bakker vinden we niet. Meer en meer begint de algemene vermoeidheid zich te laten voelen. We verlangen stilaan naar Santiago de Compostela.

Vrijdag 21 Juni 2013 (dag 27) Vilalba – Parga 32 km.

Het regent toch weer geen pijpenstelen zeker? Een beetje tegen onze goesting kruipen we op de fiets na een stevige bocadillo achter de hoek. Het gebrek aan veel slaapmogelijkheden verder op de route dwingt ons halt te houden in Parga na een relatief gemakkelijke rit. Mijn knie snakt naar een beetje voltarenzalf. We boeken 2 nachten in een spotgoedkoop pensionnetje aan 20 euro in dit dorpje dat aan een weinig gebruikte spoorweglijn gelegen is als in een Far West film “Once upon a time in the West” van Ennio Morricone. Het is hier uitzonderlijk rustig en landelijk. Het jonge volkje is hier weggetrokken. De oudjes zijn achtergebleven. Aan de oevers van het spiegelheldere Parga riviertje ligt een malse ontspanningsweide waar je urenlang vanop een bank kunt dromen en staren naar het vredig klaterende water. Vanonder groene plantenslierten duikt plots een forel op. Een opgeschrikte kikker begint te kwaken. Overmorgen staat ons een zware bergrit te wachten naar het dak van de Camino op 720 m. Een beetje rust komt dus goed van pas. In een antiekwinkeltje vind ik een ouderwets pillendoosje in keramiek uit grootmoeders tijd voor mijn verzameling. Nog ongeveer 110 km. tot Santiago.




Zaterdag 22 Juni 2013 (dag 28) Parga. Rustdag.

In het dorpje verspreidt zich algauw het nieuws dat er 2 “rare” Belgische fietsers rondlopen op weg naar Compostela. We botsen op een 70-jarige “versleten” vrouw die als enige in het dorp frans spreekt. Fier vertelt ze ons dat ze 40 jaar gewerkt heeft in Vilvoorde o.a. in Marly dat ondertussen niet meer bestaat. Ze was er actief in de vakbond van de socialisten. Ook haar man was een vakbondsafgevaardigde. “De banken zijn met al onze centen gaan lopen” roept ze met verheven stem. Na zolang in België te hebben gewoond heeft ze het moeilijk zich hier terug aan te passen. Ze is blij nog eens in het frans te kunnen praten. “In België is het leven véél beter … hier is niets meer”. Ze is bij haar pensioen terug naar hier komen wonen om de familie te sussen. Tussen haar woorden voel je de verscholen heimwee. Wij “bezinnen” ons over de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.






Zondag 23 Juni 2013 (dag 29) Parga- Arzuá 57 km.

Vandaag is het de dag van de waarheid. Een klimpartij 720 m. hoog. We hebben nog 5 km. uitstel tot Seixón. In Miraz nemen we de verkeerde afslag en we komen op een rotsachtige weg door de bossen terecht waar het soms onmogelijk is op de fiets te blijven. Dan maar holder de bolder over de rotsen te voet tot we plots recht voor een steengroeve staan die ons de weg verspert. Er zit niets anders op er rond te ploeteren om te zien of de weg erachter doorloopt. Waar zitten we eigenlijk? Moest het hier beginnen regenen!? Zitten hier vossen of everzwijnen … wie weet een wolf? De weg kronkelt en hobbelt naar 500 m. … 600 m. tot op 680 m. hoogte. Na 2 uur puffen en zweten komen we eindelijk op een asfaltwegje die in een grote bocht bijna terug keert van waar we komen. In Negradas zet een Spanjaard ons terug op de weg. Na 200 m. dalen moeten we eerst over een heuvel tot 700 m. hoog om dan richting Sobrado te nemen naar links “a la isquierda”. Reusachtige windmolens zoeven krachtig over een eindeloze hoogvlakte vol geelgekleurde heide. Hier krijgt de koude wind alle kans. We zwoegen ons naar omhoog. Ons lichaam staat “op rood”. Van daarboven leidt de dp-8001 ons in een lange afdaling naar Sobrado dos Monxes. De koude wind suist rond de oren. Rillingen over gans het lichaam. We bezoeken de beroemde cisterciënzer abdij. Een indrukwekkend gebouwencomplex met een reusachtige kerk. Langs de muren loopt groen bruin schimmelend vocht. Hoe kan het dat men zulk prachtig historisch erfgoed laat vervallen. De 2 torens en de voorgevel staan vol onkruid. Er groeit zelfs een boom op. Hier beneden in Sobrado is het warm tot 35° C. De krachtige zonnestralen doen ons deugd na die bar koude hoogtes. In Arzuá sluiten we aan op de veel drukkere Camino Francés vanuit Astorga. Het is wennen. Er heerst een gezellige drukte op het dorpsplein waar vele vermagerde en hinkende pelgrims zitten te bekomen achter een pint of een berg pasta. Wij doen ons te goed aan een liter bier en …een toren spagetti. Wij hebben dit verdiend, toch?
















Maandag 24 Juni 2013 (dag 30) Arzuá – Santiago de Compostela 51 km. We hebben er 1252 km. opzitten.

Vandaag wordt het onze triomftocht. De zon zorgt voor een lekker feestweertje tot 25°C.. Deze laatste rit moet wel gaan als een fluitje van een cent. Niets is minder waar. De weg over Touro en Bóqueixón is bijzonder mooi en gehuld in de sfeermakende geur van eucalyptusbomen. Maar het is hard trappen en zweten geblazen tot de laatste snik. Als we beladen met emoties van “godver … wat was dit een zware camino” aankomen in Santiago hebben we alles te samen misschien op deze laatste dag 600 m. geklommen. Onder het brugje dat toegang geeft tot het befaamde plein “Praza do Obradoiro” worden we verwelkomd door een doedelzakspeler. De lippen worden droog … we worden stil … een traan. . oef .... We staan vol emotie vlak voor de ontzaglijke kathedraal, het eindpunt van deze wekenlange tocht. Wij zijn geslaagd! Spijtig is de beroemde Pórtico de Gloria wegens restauratiewerken volledig ingepakt. In de vroege vooravond ontvangen we fier onze Compostela in een kartonnen rolletje. “Proficiat!” roept de receptiedame ons na aan de deur. Een vrouw op straat spreekt ons aan en stelt ons een appartementje met keuken en badkamer voor aan een belachelijke prijs vlakbij het centrum. We boeken 3 nachten.
Morgen zoeken we het adres waar we onze fietsen kunnen inleveren en moeten we de treintickets bestellen. Dan kunnen we eindelijk de fietskleren verwisselen met “mensen”kleren en nog 2 dagen de toerist uithangen.






















Dinsdag 25 Juni 2013. Santiago de Compostela.

Het is aangenaam kuieren in deze gezellige stad vol cultuur en propvolle souvenir winkeltjes. De straten zien in deze tijd van het jaar nog niet zwart van de pelgrims en de toeristen zodat we rustig kunnen rondkijken en neuzen. Keuze aan restaurantjes in overvloed. Als spiritueel afscheid aan de Camino plegen we een bezoekje aan het Museum van de Pelgrim. De moeite waard.

Donderdag 27 Juni 2013. Terug naar huis.

De Renfe dagtrein arriveert na een rit van bijna 14 uur in Hendaya rond 21 uur. De volgende dag brengt de TGV ons tot Bordeaux en de regionale TER naar Libourne. Annemie komt ons benieuwd aan het station afhalen. Het kan niet anders dan dat tot laat in de avond achter een glas wijn de verhalen naar boven komen. Op zaterdag morgen rijden we met een rugzak vol herinneringen na 5 weken huiswaarts.

Met een gemiddelde afstand van 50 km. per dag kunnen we ons moeilijk catalogeren onder de “snelle” fietsers. Alhoewel de bergen zelden hoger waren dan 400m., waren de onophoudelijke beklimmingen vanaf zeespiegel lastig en zwaar. Klimpartijen aan 8 à 10% zijn de regel. Geen enkele dag was het plat.
We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we buiten het fietsen ook nog geïnteresseerd zijn in cultuur en natuur. Geen “dwaze” kilometervreterij. En er was véél natuur. Enkel de vervuilende industrie rond de kuststeden San Sebastián, Bilbao, Santander, Gijón en Avilés kon al dit moois bederven. De noordkust van Spanje is één lang gerekte panoramafoto van woeste kliffen, uitnodigende playas, schuimende oceaangolven, groene woeste bergen, dichte spookachtige mistslierten. Ongerepte natuur van ongekende schoonheid.
Omdat we opteerden voor een rustige tocht en een bescheiden vakantiegevoel bezochten we geen overbevolkte refugios maar comfortabele goedkope hotelletjes. De dagelijkse “menu del día” was een must. Hierdoor misten we misschien een beetje het beruchte “camino-gevoel”. We hebben weinig pelgrims ontmoet. Weinig fietsers, meestal oudere stappers onder zware rugzakken, waarvan we vermoeden dat ze bewúst alleen op weg waren in alle stilte. Pas vanaf Arzuá op nog geen 50 km. van Compostela verwijderd, kwamen we terecht op de drukke “Camino Francés” waar we moesten wennen aan de soms luidruchtige pelgrims.
De “Camino del Norte” is een echte aanrader voor wie de gekte van de “Camino Francés” wil vermijden; voor wie op tocht wil gaan in confrontatie met de stilte van de natuur. Een tocht om nooit meer te vergeten.