het idee

  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

30 januari 2007...
Ik ben Ruth, al één jaar bruggepensioneerd en bijna 3 jaar voor de tweede maal plots alleenstaand. Ik ben “vrij als een vogel en heb tijd zat”. Maar wat doe ik met al die vrije tijd? Ik heb twee dochters en schoonzoons waar ik fier op ben, 3 toffe kleinkinderen en een schatje van een 4de pasgeboren. Voor een 59 jarige is mijn gezondheid prima. Ik kan nog alles doen wat ik wil: wandelen, fietsen, vrijwilligerswerk, een taalcursus... Ik heb alles om gelukkig te zijn, en toch…

Begin 2006 zag ik toevallig in een boekhandel een verslag liggen van “100 dagen stappen naar Santiago de Compostela” van Gabriël Van Hauwermeiren (uitgegeven door Halewijn). Ik heb altijd zeer graag reisverhalen gelezen en iets in mij dwong het boek te kopen. Ik besefte het toen nog niet maar op dat ogenblik werd ik door een virus besmet waarvan ik niet meer zou afgeraken. Waarom gaat iemand te voet door weer en wind 2400 km naar Compostela? Uit avontuur? Voor de kick? Wat gaat men daar zoeken en zolang onderweg?

Het hield mij bezig. Ik dacht erover na. Eigenlijk zijn we allemaal onderweg. Het leven is één grote reis, maar naar waar? Waar ga ik naar toe? Waarom niét naar Compostela? Dagenlang mijn rug teisteren met een zware rugzak zag ik niet zitten. Zou het te doen zijn met de fiets? Ik haalde al eens meer de fiets van stal. Mijn conditie was beneden peil. Ik had nog nooit langer gefietst dan 90 km aan 1 stuk en dat was 40 jaar geleden. Ik was nooit méér dan een occasionele zondagsfietser.

Toen ik een half jaar later in de zomer in een gespecialiseerde reisboekhandel toevallig op de 3-delige “Sint Jacobs fietsroute” van Clemens Sweerman (uitgegeven door Pirola) stootte, kon ik niet anders dan deze te kopen. Het sluimerende virus had mij nu écht te pakken. Voortaan zou ik stoppen met klagen en rouwen over de tegenslagen, waarvan spijtig genoeg iedereen zijn deel krijgt. Ik zou niet meer achteruit kijken maar terug vooruit, evenwel naar het onbekende. “Vooruit met de geit!” of liever…met de fiets. Droomde ik of was dit echt? Een fysieke uitdaging zonder weerga. Mijn conditie werd ondertussen al iets beter. Tegen september duidde mijn fietscomputertje al 2000 km aan.

Half september 2006 kocht ik een hometrainer, waarop ik 3 maal per week begon te oefenen. Van licht tot zwaarder terwijl ik mijn hartslag nauwlettend volgens het boekje in de gaten hield. Tot maximum 133 slagen per minuut, dit is tot 80% van mijn maximale hartfunctie. Aërobe training heet dit. Ik ondervond dat ik langzaam ook geestelijk erop vooruit ging.
Eveneens half september 2006 schreef ik mij alvast in voor het 1ste jaar Spaans voor senioren. Kwestie van een minimum kennis Spaans op te doen om tenminste de weg of “una habitación individuál por una noche” te kunnen vragen als ik geen zin heb om in mijn tentje te slapen.

In januari 2007 liet ik mij verleiden tot de aankoop van een trekkingfiets met alles erop en eraan. Nu kon ik nog moeilijk terug. Mijn levensweg leidde vanaf nu zeker en vast richting Compostela. Een reis van mij alleen naar mijzelf? Van de solden maakte ik volop gebruik om mijn eerste “echte” fietskledij aan te schaffen: een korte en lange fietsbroek, 2 fietshemdjes en fietszakken. Daarmee werd de voorbereiding zichtbaar. Hoog tijd om in detail het traject door Frankrijk en Spanje te bestuderen en de reisweg vast te leggen. Ik stippelde de ganse tocht uit op de bekende gedetailleerde kaarten van Michelin en overal duidde ik de campings, hotels, chambres d’hôte en jeugdherbergen aan. In Spanje ook de refugios en albuerges voor pelgrims. Een hele karwei en het zoeken naar bijkomende informatie op het internet duurde dikwijls tot diep in de nacht. Word ik gek?

Mijn kinderen vinden het bewonderenswaardig en beginnen mij te steunen. Maar ik moet en wil wel bereikbaar blijven langs gsm of e-mail.

Ondertussen is het 1 februari 2007: de route is uitgestippeld en de fietsuitrusting wordt alsmaar completer. Ik heb mij aangesloten bij het “Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela” die zorgt voor de fameuze geloofsbrief “El Credencial”.
Zij hebben mij gerust gesteld dat de tocht alléén doen, niet méér risico’s inhoudt dan misschien diefstal.
Nu blijven nog slechts 4 maanden over om intensief te oefenen en mijn splinternieuwe fiets in te rijden. De aftelling naar D-day, 2 juni 2007 is begonnen. Ik ben er nog altijd niet zeker van of ik dit huzarenstuk wel aankan. Verstand op nul dus en voorál er in geloven.

Op 19 februari 2007 wordt het licht op groen gezet na allerlei grondige testen van mijn hart en longen. Ik heb inderdaad astma, maar “in een nogal lichte vorm en met de nodige medicatie mag dit geen probleem zijn zolang ik mij niet forceer”.

Op 10 maart 2007 ontvang ik, samen met nog ongeveer 120 toekomstige pelgrims, in de abdij van Tongerlo de pelgrimszegen en krijg ik mijn geloofsbrief en bijhorend stempelboekje. Ik heb vrij snel contact met 2 andere vrouwen die alleen en te voet gaan. Tevens ontmoet ik een vroegere werkcollega die ik 30 jaar niet meer heb gezien en reeds voor de 3de keer de tocht aanvangt, telkens over een andere route. Heel vreemd is dit. Ik wordt er emotioneel van.

Alleen onvoorziene omstandigheden kunnen mij nog tegenhouden. Nog altijd durf ik mijn plannen slechts aan familie en enkele vrienden en vriendinnen vertellen uit vrees na 3 dagen al terug te staan en af te gaan als een gieter.

Het is mijn bedoeling naar Compostela te fietsen, niet in 100 dagen maar in 10 weken : 50 km per dag of ongeveer 250 km per week met 2 rustdagen. De echte wielertoeristen zullen dit allicht tergend traag vinden, maar ik ben geen wielertoerist en roep mijn kortademigheid op als alibi. Tevens gaat het niet louter om de fietstocht op zich. Ik wil ook voldoende de tijd nemen voor het cultuur-historische en spirituele aspect van de tocht, en ik hoop voeling te krijgen met de duizenden pelgrims die mij zijn voorgegaan. Daarom koos ik uit de oude historische routes die bezaaid zijn met tastbare herinneringen.

Waarom doe ik (mij) dit (aan)?

  • terug op adem komen na een moeilijke en zeer emotionele (rouw)periode.
  • leren loslaten en relativeren.
  • meer spirituele diepgang in mijn leven brengen.
  • door iets alleen te doen, beter bestand worden tegen de momenten van eenzaamheid.
  • een pelgrimage als aanvaarding van de zovele tegenslagen in mijn leven, maar evenzeer als bedanking voor al de boeiende dingen die ik mocht meemaken.
  • de fysieke uitdaging.
  • andere mensen ontmoeten die ook “op weg” zijn zoals ik.
  • over berg en dal, in regen en wind, koude en hitte de ongerepte natuur ontdekkenen en waarderen in zijn ganse kleurenpallet.
  • als “religieuse humanist” eventueel wensen, bedankingen en intenties overbrengen van familie, vrienden en kennissen.
  • het Compostela-virus zal mij gedurende de rest van mijn leven niet meer loslaten zolang ik het tenminste niet geprobeerd heb.

Zou dit het begin zijn van een ander leven? Van anders leven? Kom ik “reborn” terug?

Ik dank mijn 2 dochters en schoonzoons die mij hierin steunen en volgen, en die het 10 weken zonder mij moeten stellen. Kleine Janne, goed op je kersverse mama passen hoor!

Ik dank mijn zielsbegeleider die deze onderneming vanaf het eerste ontluiken in mijn brein heeft mee beleefd, en mij hierin heeft doen geloven.

Ik draag aan hen deze pelgrimstocht op alsmede aan mijn 2 lieve partners die ik moest “afgeven” maar voor wie diep in mijn hart een plaatsje en vriendschap gereserveerd blijft.

¡A vosotros os digo hasta luego y a mí me deseo buena suerte!
(Ik zeg jullie tot weerziens en wens mezelf veel succes toe!)

Ruth, perigrina futura.

PS : moest ik om één of andere reden tóch niet in Compostela aankomen, zal ik de eventuele wensen, bedankingen, intenties neerleggen in de dichtst bijzijnde kerk, klooster of abdij, waar ik de pelgrimage moet stoppen. Ik twijfel er niet aan dat dit dan een evenwaardig gebaar zal zijn.