Blog van Ruth

  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Woensdag 31 Augustus 2011 (Dag 17) Arbois – Mirebel 42 km.

Het ontbijt is veel te licht voor de zware tocht die vandaag op het menu staat. In principe de moeilijkste beklimming van de ganse route. Bijna 5 km aan 6% tot 8% met een hoogteverschil van meer dan 350 meter. We krijgen nog eventjes respijt tot Poligny en kunnen genieten van de overvloedige wijngaarden. Dan begint de klim. Het is zwoegen en puffen in de kleinste versnellingen. Het is warm, eigenlijk heet maar het gaat goed. Enkel soms een korte stop om mijn ademhaling terug onder controle te krijgen. Tot onze verbijstering staan we in Plasne plots boven. We blijven op en af rond 600 m. hoogte fietsen in een groen berglandschap. Het is frisser geworden en de wind waait zachtjes. Het enige winkeltje in La Marre hebben we dom links laten liggen. In Mirebel zijn alle restaurants gesloten wegens “congé annuel”. Een beetje ongerust verorbenen we onze laatste boterhammetjes op een parking in de schaduw. Een uitnodigend plaatje leidt ons naar de chambre d’hôte “le petit bois”, een snoephuisje waar een kamer vrij is. Het huis voelt zeer gezellig en doorleefd aan. Het is omringd door een onvoorstelbare bloemenpracht. Geen enkel plekje is onbenut. Omdat er geen avondeten voorzien is, schraapt Fons al zijn moed bijeen en fietst 6 km terug naar de het winkeltje in La Marre in de hoop wat proviand te vinden. Ongelooflijk maar het is nog niet gesloten! De gastdame is een zeer goede schilderes. Ze raadt ons een wandeling aan naar een ruïne hoog boven het dorp. Langs de wandeling naar boven is er een bloementuin aangelegd met uitleg over de planten langs weerszijden. Zij heeft de planten eigenhandig haarfijn en natuurgetrouw op de bordjes geschilderd. Dat vraagt respect. Boven genieten we van een prachtig panorama over de “Haute Jura”. Dit was weer eens een onvergetelijke dag.












Dinsdag 30 Augustus 2011 (Dag 16) Marnay – Arbois 64 km.

Als we ontwaken is ons tentje in een dikke mist gehuld. Het is kil en nat, nauwelijks 8°C schatten we. Met versteven witte vingers breken we het tentje af en haasten ons op de fiets om het warm te krijgen. Na 15 km is er een “grand café”, het beste wat ons nu kan overkomen. Plots horen we het geklingel van koeienbellen, het sein dat we in het middelgebergte van de Jura zijn aanbeland. De zon schijnt ondertussen ongenadig maar een schrale wind zorgt ervoor dat de temperatuur niet boven de 25°C komt. De eerste wijnhellingetjes verschijnen.
s’ Middags genieten we onze zoveelste “plat du jour” met crudités, hoofdschotel, fromage, dessert voor nog geen 14 euro. Waarom moet uit eten in België zo duur zijn? Een koppel Nederlanders die we gisteren in Marnay hebben leren kennen en die dezelfde tocht maken als wij schuiven hier ook de voeten onder tafel. Dit is onze 3de ontmoeting op 2 dagen tijd. We boeken in Arbois in een chambre d’hôte omdat de hotels hier in dit stadje vol toeristen veel te duur zijn. De gastdame loopt over van Frans chauvinisme en verdraagt weinig kritiek over hun “vin fou”. s’ Avonds gaan we op stap om op een terrasje van de plaatselijke wijn te genieten. We zien het Hollands koppel nogmaals voorbij lopen. Ze vertellen dat ik s’ middags mijn jasje heb laten liggen. Mijn lievelings fleece jasje zonder mouwen!? Lieve Fons staat al gereed om mij depanneren met zijn reserve fleece waarvan ik de mouwen mag uitsnijden.






Maandag 29 Augustus 2011 (Dag 15) Port-sur-Saône – Marnay 71 km.

We fietsen vastberaden de 3 bruggen over en het stadje ligt al achter ons. We volgen ongeveer 20 km het jaagpad langs de Saône tussen de nevelslierten door. Dit is het laatste platte stukje tot in de Provence. Vanaf Soing gaat de route gemiddeld stilletjes naar omhoog met fikse klimpartijtjes en afdalingen. Het mooie landschap verdient meer aandacht maar de benen doen het zó goed na de rustdag gisteren, dat we ons nauwelijks een stop gunnen voor een koffietje. Fons vraagt mij waar we volgend jaar naar toe kunnen fietsen. Verdorie, heeft hij het nu al zitten? We zijn blij dat de desolate Lorraine en Vosges achter de rug zijn. De Franche-Comté is lieflijker, er zijn meer winkels voor proviand, we zijn in midden Frankrijk. De hellingen van de Jura lonken. De camping in Marnay op de Ognon is voortreffelijk en netjes maar de winkel wordt niet meer aangevuld. Vandaag is het hier “la grande rentrée scolaire”. We drinken de laatste Hoegaarden van de camping op. Het is immers 29°C. We stappen naar het dichtbijgelegen warenhuis op zoek naar wat avondeten. Een slaatje, tomaatjes, taboulé met wat zeevruchten. Een dame uit Nieuw-Zeeland komt vragen hoe de tocht vanuit het noorden was. Zij rijdt noordwaarts vanuit Stes.Maries naar Amsterdam waar haar dochter woont. Ze heeft schrik onderweg geen eten te vinden. Gisteren had ze de ganse dag op druiven geleefd.






Zondag 28 Augustus 2011 (Dag 14) Port-sur-Saône – Port-sur-Saône 0 km. Rustdag.

Het is een lekker weertje. Onze uitgewassen kleren zijn vlug droog. Op de TV. horen we dat de Moezelstreek van waaruit we komen door kletterende onweders geteisterd wordt.


Zaterdag 27 Augustus 2011 (Dag 13) Darney – Port-sur-Saône 63 km.

Het regent inderdaad als we vertrekken. Onze gevoelens naar de patron toe zijn op zijn minst dubieus te noemen. Voor het “huiswijntje” dat niet op de menukaart stond rekende hij 15 euro aan, voor de 2 Duvels 8 euro. Aldus was de rekening een stuk hoger dan verwacht. Voor de 1ste maal fietsen we met de regenjas aan. Nu eens komt de zon even piepen, dan schuift er een gitzwarte waterzak over ons hoofd, voortgestuwd door een strakke zuid westen wind. Gelukkig zijn er niet veel heuvels vandaag. Het is herfstweer en de temperatuur stijgt nauwelijks tot 16°C. Regenjas uit, regenjas aan… zo gaat het de ganse dag door tot we het zeer schilderachtige stadje Port-sur-Saône bereiken met een leuk jachthaventje. De 2 hotels, die van verre zijn aangegeven zijn potdicht. De ene met ingeslagen ruiten, de andere failliet. De plaatselijke bakker vertelt ons “que les touristes ne viennent plus, c’est la crise, tout se ferme ici”. Op de camping ligt het gras er verzopen bij vol regenplassen. Als de dame van de receptie begrijpt dat we eigenlijk op één van de hotels gehoopt hadden verklaart ze plots “mais j’ai encore une chambre libre!”. Een klein mirakel. Een praktische pas geverfde studio met een grote badkamer en keukentje voor een belachelijk lage prijs. We boeken 2 nachten want we gaan hier een dagje rusten en al onze bagage terug fatsoeneren.




Vrijdag 26 Augustus 2011 (Dag 12) Charmes – Darney 51 km.

Vandaag zouden er de ganse dag hevige onweders zijn. De lucht is echter azuurblauw. Geen vuiltje aan de lucht. We beslissen 50 of 60 km verder te rijden tot Darney. We zijn in de Vogezen aangekomen en dit is te merken aan het landschap. De eindeloze gouden graanvelden en de reeds omgeploegde akkers maken plaats voor groenen weiden vol gapende koeien, afgewisseld met diepgroene vochtige bossen. We haasten ons want de wolken met hun tonnen water hangen steeds lager boven ons hoofd. Nu en dan steekt een hevige windbui op. De hellingen zijn lastig, de benen gloeien. Fons rijdt voorop zonder veel om te kijken en ik kan hem nauwelijks volgen. Mijn astma snijdt mijn adem af zodat mijn kuiten verzuren door te weinig zuurstof. Als we in Darney arriveren moeten we nog een lastige klim naar het beoogde hotel. Het is typisch op zijn Frans, schots en scheef maar gezellig. Als we de waard naar een biertje vragen komt hij prompt met 2 Duvels op de proppen. s’ Avonds is de dagmenu van 13 euro bovenmaats lekker en wordt afgesloten met een heerlijke”île flottante”.
Het wordt al weer donker. Nog vlug een sms’je naar het thuisfront waar ze nog geen enkel verslagje hebben kunnen lezen. Met al deze wifi toestanden zonder laptop kan je het vergeten. Zal het morgen regenen? Het zou wel eens kunnen.










Donderdag 25 Augustus 2011 (Dag 11) Lunéville - Charmes 39 km.

We worden later wakker als gewoonlijk. Omdat in de verte donkere wolken dreigen en er voorbij Charmes weinig overnachtingsmogelijkheden zijn verkiezen we niet te ver te rijden en deze dag als een soort rustdag te beschouwen. We fietsen snel. Het is spannend. We fietsen tussen de donkere wolkenflarden door zonder nat te worden. Vlak na de middag rijden we over de Moezelbrug Charmes binnen, een gezellig toeristisch centrum maar met weinig historische gebouwen. De camping is verlaten. Het weer blijft wisselvallig. We boeken in de te chique plaatselijke Logis de France. We rusten uit op bed en voelen voor de eerste keer een algemene vermoeidheid opkomen. We kuieren een beetje door het stadje dat te klein is om er een ganse namiddag rond te lopen. Op de “méteo” voorspellen ze weinig goeds: “des orages et de la pluie importante”. We gaan op tijd onder de wol.




Woensdag 24 Augustus 2011 (Dag 10) Vic-sur-Seille - Lunéville 45 km.

Het heeft de hele nacht gedonderd, gebliksemd. Hagelbollen met alles erop en eraan. Door de kletterende regen op het tentzeil kwam van slapen niet veel in huis. Het duurt 2 uur om de tent schoon te maken van de plakkende klei. Het klaart eindelijk op en we snellen naar Lunéville op een nogal vlak parcours. De temperatuur is aangenaam tot 26°C, de wind is stilgevallen. Rond de middag komen we in Lunéville aan waar we een hotelletje boeken uit het fietsboekje. Het begint terug hevig te onweren. Oef… we zijn binnen. Na een uurtje platte rust bezoeken we de tuinen en het kasteel van “le petit Versailles”. De stad zelf is nogal vuil, vervallen en alles behalve levendig. Bij een kaasboer laat ik in al mijn ijverigheid mijn portefeuille met bankkaarten liggen. Fons wordt lijkbleek. We snellen terug naar de kaasboer die de portefeuille mooi heeft opzij gelegd. Een zucht van verlichting. Vanaf nu vraagt Fons iedere dag vaderlijk of ik mijn portefeuille bijheb. Na wat zoeken nemen we onze avondmaal tóch in het bedenkelijke hotel. Als dessert krijgen we onverwacht een reuze crème brulée aangeboden!
We hebben er reeds 500 km opzitten.






Dinsdag 23 Augustus 2011 (Dag 9) Holacourt – Vic-sur-Seille 43 km.

Het was moeilijk slaap te vatten. s’ Nachts koelde het nauwelijks af. Al vlug zijn we “en route”. De Lorraine blijft zwaar om door te fietsen. De route golft tussen twee en driehonderd meter hoogte op en neer. Niet de hoogte maar de herhaling van klimmen en dalen matten de benen af. In Vannecourt, een dorpje niet groter als het gat van Pluto, vragen we de weg en krijgen we tot onze grote verwondering het antwoord in het Nederlands. In een donkere schuur zijn een 10-tal vrouwen potten aan het boetseren in gré-klei op draaitafels. Achteraan in de weide krijgen we lekkere koffie aangeboden met chocolade à volonté onder een leuke babbel. Maar we moeten verder. De dorpjes zijn zielloos verlaten en laten een deprimerende indruk achter. De benen zijn hun ritme kwijt en 15 km verderop kiezen we voor een camping. We worden verwittigd voor “orages très violants” maar we zijn te moe om er veel aandacht aan te schenken. De tent staat nauwelijks recht of gitzwarte wolken pakken samen en we krijgen een “déluge” over ons geroosterde lijf. De tent lijkt van de allerbeste kwaliteit want de hagelstenen, als knikkers groot, zijn niet in staat het buitenzeil te doorboren. Toch schuilen we in de receptie achter een dieprode Bergerac. s’ Avonds vallen we in slaap onder de romantische muziek van Max Bruch uit ons piepklein radiootje. Buiten is het één en al ellende, 1 groot modderbad.




Maandag 22 Augustus 2011 (Dag 8) Volstroff – Holacourt 60 km.

Fons wil zo vroeg mogelijk vetrekken want het wordt een zware dag en er is bloedheet weer voorspeld. We krijgen een opeenvolging van hellingen tussen 4% en 8% voorgeschoteld met korte steile afdalingen. We krijgen de tijd niet om te recupereren. Het is 33°C… hittegolf in Oostelijk Frankrijk. In Hémily laten we ons op een bank in de schaduw neerploffen. Hier komt er uit een kraantje “eau potable”. Een Duits sprekende fransman nodigt ons uit op een koffietje in de keuken. Hij haalt uit een tas een 2-loops zwaar kaliber geweer met vizier van DDR makelij. Hij toont fier de bijpassende kogels. Aan de muur hangen een tiental geweien van herten. “Ik heb al meer dan 50 everzwijnen geschoten!”. Na een fotootje van ons gedrieën nemen we hartelijk afscheid. In die schroeiende hitte verdampen we als een natte handdoek op de chauffage. 3 km uit de route vinden we in Brulange een charmante Chambre d’höte. De dame reserveert voor ons in het 2,5 km verder gelegen Thonville een tafel in het enige restaurant van de streek. De ganse rit zijn we geen enkele winkel voorbij gereden!? Morgen mogen we 2 baguettes uit de diepvries meenemen en wordt het nog warmer.






Inhoud syndiceren