Blog van Ruth

  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Zaterdag 10 September 2011 (Dag 27) La Bégude-de-Mazenc – Suze-la-Rousse 61 km.

De dag begint niet goed want in al ons enthousiasme rijden we heen en terug 9 km in de verkeerde richting. We moesten al lang aan het klimmen zijn. Een klim van 7 km aan 5% in 1 stuk moet ons over de allerlaatste zware col van de ganse route brengen. Er komt gewoon geen einde aan die klim. We hebben al over de 1280 km in de benen en dit begint zijn tol te eisen. Het is fris en kil. Nevelslierten zweven laag over de weg. We brullen van geluk als we eindelijk boven komen. Een ekster scheert verschrikt weg uit een hoge den. Ja, het is gedaan met klimmen!!! Dolgelukkig beginnen we aan de nog langere afdaling die gevaarlijk is wegens scherpe haarspeldbochten en losliggend grint. Geen bergen meer! Enkel nog prutskes van molshopen. Beneden wordt het warm, heet, snikheet tot 35°C. Aan de horizon doemen de vage contouren van de Mont Ventoux op. Lavendelvelden wisselen af met partijen olijfbomen en ja… de eerste wijnvelden van de “Enclave des Papes” rond Valréas. Fons krijgt bijna een delirium en kan het niet laten van de dieprode suikerzoete druiven te proeven. Valréas is met zijn smalle steegjes waarboven de was hangt te drogen zoals in Italië, een bezoekje waard. De goed bewaarde Romaanse kerk nodigt uit tot devotie. Eigenlijk is het gekkenwerk in deze verzengende hitte verder te rijden. Uitgedroogd arriveren we in Suze-la-Rousse. In het restaurant zijn we niet welkom omdat we enkel een biertje willen drinken en niet eten. Dan maar in het veel minder chique dorpscafé. Volgens het aanhangbord kunnen we hier s’ avonds een snackje eten en s’ morgens een ontbijt nemen. De waard herinnert er ons aan dat het zaterdagavond is en om 18 uur dus gesloten. Er zit niets anders op dan 5 km uit de route naar de 4*camping door te fietsen nabij het onooglijk dorpje Bouchet. “Daar kan je nog alles krijgen”. De camping is open maar winkel en restaurant zijn reeds gesloten wegens einde seizoen. Gelukkig hebben we genoeg proviand bij om tot morgen te overleven. We zijn hier bijna alleen en hebben per persoon de keuze tussen meer dan 10 veel te warme douches en toiletten.










Vrijdag 9 September 2011 (Dag 26) Crest – La Bégude-de-Mazenc 45 km.

De rustdag hebben we gisteren bewust gepland omdat we vandaag over de Col de Lauzun moeten, één van de meest zware hellingen van de ganse fietstocht: Bijna 9 km aan 5% tot 8% naar een hoogte van 504 m, het “2de dak” van de route. Het is lastig en de temperatuur loopt voortdurend op. Een groep Belgische wielertoeristen steken ons op hun koersfiets gezwind voorbij vergezeld door een volgwagen. Fons speelt weer haas en in kleinste versnelling rijden we beheersd en vastberaden naar boven. De Pas de Lauzun tussen 2 rotswanden door is spectaculair. We zijn er evenwel nog niet. De 2 laatste km naar de col aan 8% zijn de zwaarste. Diep hijgend en nat van het zweet bereiken we de top. Even een korte stop. Dan begint de afdaling. Deze is zeer snel en eindeloos maar niet echt gevaarlijk wegens de weinige bochten. Beneden liggen de dorpjes lieflijk als in een schilderij vredig tegen de bergwand in de broeiend hete zon. Wij zijn in de Provence aanbeland! Onze neus wordt geprikkeld door de geuren van allerlei kruiden. De graskanten zijn uitgedroogd en snakken naar vocht. In La Bégude is de camping municipal definitief gesloten. In het infokantoor sturen ze ons naar een camping “à la ferme” 4 km verder. Het sanitair is onverwacht netjes. We kunnen ons in de grote weide onder oude eiken installeren naar keuze. Fons koopt aan 3 euro onze dagelijkse fles wijn om zijn gehalte aan isoflavonen keurig op peil te houden. Frankrijk zonder wijn is als België zonder bier.








Donderdag 8 September 2011 (Dag 25) Crest – Crest 0 km. Rustdag.

Hoog boven Crest dat als het ware tegen een heuvel plakt, torent de machtige Donjon met zijn 52 m hoge muur. Hagedissen zitten te kuieren op de ruwe stenen met brede voegen. Van boven op het stokoude terras hebben we een prachtig uitzicht over het natuurpark van de Vercors. “Moeten we morgen daar naar boven”!? De straatjes vol winkeltjes zijn middeleeuws smal. Amai, het is weer meer dan 30°C. Onder de schaduw van platanen is het aangenaam om te kamperen. De rustdag is als een vakantiedag in volle seizoen. In België is het nauwelijks 15°C en herfstweer. Mijn zus stuurt een sms’je “Jullie eten daar tomaten, parika’s en courgettes, hier kan je al spruiten kopen”.








Woensdag 7 September 2011 (Dag 24) St. Donat-sur-L’Herbasse – Crest 68 km.

We hebben beiden lekker geslapen en voelen ons goed uitgerust. Het dunne wolkendek is allesbehalve dreigend. Integendeel, ze temperen de temperatuur. We rijden langzaam de Provence tegemoet. Het klimaat is zuiders geworden, de planten en bomen ook. De kalkachtige grond wordt poederdroog. De eerste lavendelvelden liggen er geschoren bij. Jammer want we missen een beetje de kalmerende geur. Het ruikt naar tijm, rozemarijn en marjolein. Spijtig dat de zonnebloemen hun beste tijd gehad hebben. Ze beginnen hun bruingedroogde bladeren te verliezen en staan te wachten op de oogst. In het roze Romans-sur-Isère vol winkelstraten met prachtige etalages vinden we eindelijk de brug waar we over moeten. Dan wordt het landschap met de pastelkleurige huizen provençaals. Aan de ene kant worden we geflankeerd door de heuvels van de Ardèche, aan de andere kant liggen rakelings de uitlopers van de Alpen. De ganse rit is feeëriek en wondermooi. De camping in Crest ziet er behoorlijk netjes uit. Ook nog goed bezet en er heerst vakantiesfeer. Veel Hollandse gepensioneerden genieten in hun ligzetel in de deugddoende zon voor of naast hun sleurhut. We besluiten hier voor 2 nachten ons tentje op te zetten. Dit stadje vol toeristen en met zijn hoogste Donjon van Frankrijk is beslist een bezoekje waard.








Dinsdag 6 September 2011 (Dag 23) Arzay – St. Donat-sur-L’Herbasse 55 km.

Het ontbijt is stevig genoeg om er een lap op te geven. Het is al vroeg zuiders warm. De lucht is diepblauw. Zilverkleurige nevelslierten hangen over de Alpen in de verte. Het is windstil. De eerste 15 km beneden in de vallei van de Drôme zijn nagenoeg plat, daarna wordt het weer heuvelachtiger. We fietsen op ons gemak want met de komende klimpartijen in het verschiet willen we eerst genieten van de zon. Het is tenslotte vakantie. In Le Grand Serre vinden we een sfeervol terras onder de parasols en kunnen het niet laten een blonde Leffe te bestellen. Het is nog veel te vroeg voor de dagmenu maar we hebben de tijd. Net als gisteren is “Le plat du jour” overheerlijk en goedkoop. Fons breek zijn klomp waarom je hier zo goedkoop en lekker kan eten en bij ons niet. “En hier nemen ze tenminste de tijd om rustig te tafelen”. De klim 250 m hoog aan 6% verloopt beter dan verwacht. Daarna gaat het bergop bergaf. Het is lastig en zwaar maar we worden beloond met prachtige vergezichten op de Alpen. Daarachter moet Chambéry liggen en wat lager Grenoble!. Wat is het hier wondermooi! We geven onze ogen de kost. Dan volgt er een fikse en lange bochtige afdaling naar St. Donat-sur-L’Herbasse. Met 4 fietszakken aan 52 km per uur…zoef….naar beneden. “Ik zit in een vliégmachien …weer te zien….”. De camping vinden we niet – het is veel te warm om lang te zoeken - en we nemen intrek in een hotelletje eventjes buiten het stadje. In de UHU vlak ernaast doen we inkopen voor morgen want dan gaan we zéker kamperen. Vandaag hebben we alles bij elkaar 450 m geklommen aan 6% over bijna 6 km.




Maandag 5 September 2011 (Dag 22) Pont-de-Chéruy – Arzay 64 km. (1054 km).

Het ontbijt is om te schreeuwen. Eén croissant van gisteren voor ons beiden en elk een stukje “flute” met 1 dopje confituur. De dame na ons kan achter haar croissant fluiten want wij hadden de laatste! We verlaten zo vlug als kan dit deprimerend hotel. Of moeten we het een krot noemen? Om voorbij Frontonas een zigeunerkamp te vermijden waarvoor fietsers in tegengestelde richting ons hadden verwittigd- o.a de mevrouw uit Nieuw-Zeeland enkele dagen geleden- verlaten we de route en rijden we in een grote ronde bocht naar L’Isle-d’Abeau. In de diepte zien we inderdaad een groot park vol caravans. We rijden verloren en de gps die altijd maar opnieuw berekeningen maakt is niet in staat ons terug op de juiste route te brengen. Plots komen we in Four terecht en zijn we weer vertrokken. Vanaf hier worden we geconfronteerd met de heuvels van de Dauphiné. Een hele reeks van steile lastige hellingen van 6% tot 10% volgen elkaar op tot 530 m hoog. In een verloren gat Artas worden we een reuze “plat du jour” opgediend met fromage, dessert, koffie en wijn voor 12 euro. Het restaurant zit boemvol luid babbelende werkmensen. We komen in een hartelijk gesprek met onze buren die “se rigolent” omdat we nog altijd geen regering hebben. We beginnen aan een volgende portie straffe hellingen tot we een Chambre d’Hôte voorbij rijden in een 18de eeuws kasteeltje. De keurige kasteeldame vindt het niet erg dat we de prijs van 110 euro veel te hoog vinden. Ze begint dadelijk te bellen naar een ander Chambre d’Hôte” eventjes verder. Ze is duidelijk bezorgd omwille van mijn kortademigheid en getrokken gelaat en brengt ons een glas water. We vinden de Chambre d’Hôte in Arzay waar meneer ons staat op te wachten. Vanuit de kamervenster hebben we een prachtig uitzicht op de Alpen aan de ander kant van de vallei van de Drôme. In de tuin met kabbelende bron mogen we onze boterhammetjes opeten met een grote kan gratis koffie. Dit was een bewogen en avontuurlijke dag. Ondertussen zijn we afgezakt tot in de noordelijke Isère.

Zondag 4 September 2011 (Dag 21) Poncin – Pont-de-Chéruy 54 km.

Vandaag fietsen we in een weinig boeiende grote lus rond Lyon. In een doods dorpje worden we plots voorbij gestoken door een 2CV-tje waarin de roest onverbiddelijk gaten heeft geboord. Even later worden we al even onverwacht ingehaald door een R4-tje dat mosgroen gekleurd is door te lang in een vochtige schuur te staan. Miljaaard…hoe geraken dié door de autocontrole? De rit is plat, saai en het drukke verkeer verraadt de nabijheid van de grootstad Lyon. Het begint te regenen en de donkere horizon voorspelt nog meer van dat. Na een beetje zoekwerk vinden we het enige open hotel in Pont-de-Chéruy. Een vreemd stadje waar de tijd lijkt stil te staan, oud en vuil. Nochtans is er in iedere straat een bankkantoor te vinden. Het 2*hotel is smerig, het vast tapijt ruikt muf, de douche vol schimmelvlekken. De scheve linnen kleerkast kan iedere minuut omver vallen. Fons doet nog liever een wandeling in de regen dan in die oubollige donkere kamer te blijven. De straten voelen onveilig wegens allochtone hangjongeren die ons scherp in de gaten houden als we een bankkantoor buiten komen. Terug op de kamer doet een concert op ons radiootje van Pavarotti, Placido Domingo en José Carreras de tijd wat vlugger voorbijschuiven. Het avondmaal valt ook al tegen! Zwart gebakken aardappelen, boontjes uit blik en een lap vettige spiering. Ondertussen komt de eigenaar in een reeds zuiders accent ons vertellen over ”l’art de vivre” in de Provence. Hij schrijft gedichten, zijn vader was “professeur”. Dan toch niet in koken, denk ik.

Zaterdag 3 September 2011 (Dag 20) Poncin – Poncin 0 km. Rustdag

Uitslapen, de fietszakken uitmesten, een “pression”, een wijntje, een koekje, een “café alongé”… Het is onweerachtig en onze lichamen zijn bezweet. In de namiddag valt er nu en dan wat regen. Fons is verwonderd dat er in zo een klein stadje een casinó is. Ik weet beter en stuur hem een beetje uitgedost er naar toe voor proviand voor morgen. “Hoch! Dit is een warenhuis!?”


Vrijdag 2 September 2011 (Dag 19) Thoirette – Poncin 31 km.

We hebben allebei goed geslapen. Toch voel ik mij nog niet voldoende gerecupereerd. Fons is ook nog moe maar laat het niet blijken. Het is onweerachtig en broeierig. We fietsen door de wondermooie smalle Gorges de l’Ain. Het is windstil, geen autolawaai, ook geen vliegtuig. Enkel het getjilp van een vogel. Hoog boven de kloof zweeft een arend. Het is vreemd dat er zelfs geen krekels te horen zijn. Misschien is het seizoen voorbij. Er zijn zo goed als geen hellingen en toch is het lastig. De benen willen niet mee. Tijd voor een rustdag. In het stokoude dorpje Poncin met zijn sfeervolle marktplaats is een sfeervolle camping aan de oevers van de Ain met stacaravans. We kunnen er een boeken als we minstens 2 nachten blijven. De prijs is redelijk. De beslissing is dus rap gevallen. Morgen doen we lekker niets.




Donderdag 1 September 2011 (Dag 18) Mirebel – Thoirette 66 km.

Tijdens het ontbijt doet de mevrouw van het bloemenhuis een ode aan de schoonheid van de Jura alhoewel ze zelf afkomstig is uit de Provence. “Hier is het veel rustiger en we worden een beetje ouder”. Het belooft weer een moeilijke dag te worden want we moeten over het dak van de route meer dan 600 m hoog. Na 20 km doen we ons tegoed aan een reuze biefstuk vooraleer ons te wagen aan de klim In een kleine versnelling klimmen we over 3,5 km 250 m naar boven aan 5% à 6%, beetje per beetje. We zijn ondertussen op elkaar ingespeeld. Fons speelt haas zodat ik niet met volle geweld naar boven spurt. Ik moet rustig achter hem blijven, zonder ophouden in dezelfde tred. Wonderwel kan mijn ademhaling volgen zodat een korte stop niet meer nodig is. In Onoz staan we voldaan boven. Een fotootje, een kiekje, een kreet…een zoen. Een emotioneel moment toch. De Barrage de Vouglans van EDF is indrukwekkend. Dit zou het 3de grootste stuwmeer van Frankrijk zijn. De afdaling is lang en stijl maar weinig gevaarlijk. In het eerst volgende dorp Condes is een hotel maar we vinden het te vroeg om te boeken. Trouwens het is gesloten. 20 km verder ligt Thoirette met een hotel en camping aan de Ain. In de gedachte dat de weg verder zou afdalen krijgen we nog 4 hellingen tot 7% naar boven voorgeschoteld. Voor ons beiden is dit een beetje teveel van het goede Ik ben platgereden. In Thoirette is het enige hotel voor de zoveelste keer gesloten wegens groot verlof. Ik wordt een beetje krikkelig. Gelukkig is het weer rustig en windstil. We plaatsen ons tentje op in de primitieve camping municipal. We genieten van een oplossoepje en pain complet met gedroogde worst en uitlopende kaas.












Inhoud syndiceren