Blog van Ruth

  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Maandag 27 Mei 2013 (dag 2) Lussac – Cadillac 48 km.

Rond 9 uur is het zover. Moedig springen we de fiets op. We moeten nog duidelijk wennen aan de zware fietszakken, alles samen ongeveer 22 kg. De rit loopt dwars door de druivenvelden met ronkende kasteelnamen. St. Emilion is een zeer gezellig stadje waar het moeilijk is te weerstaan aan de terrasjes. Aan de gevels hangen prijslijsten met bekende en minder bekende namen. Petrus, Rothschild en andere ontbreken niet. Er was stralend weer beloofd! 10 km verder begint het te druppelen zodat we tóch tegen onze zin de regenjas moeten bovenhalen. De ene heuvel volgt de andere op beplant met wijnranken. Door de koude lente weet men nu al dat het een slecht wijnjaar wordt. De groei van de druiven is een maand te laat. Tamelijk vermoeid dalen we af naar Cadillac dat helemaal gedomineerd wordt door een feodaal kasteel. We vinden het enige hotelletje “ouvert”. De kop is er af. De eetgewoontes verschillen al tamelijk want onze hongerige magen moeten tot 19 u30 wachten.










Zondag 26 Mei 2013 (dag 1) Naar Lussac (St. Emilion).

Op weg met de auto naar Lussac hebben de ruitenwissers moeite om de regendruppels op tijd weg te vegen. Vanaf Montargit komt de zon voorzichtig piepen. De temperatuur stijgt geleidelijk van 12 °C naar 17 °C. Ons geluk kan niet op na de 4 weken grijze weken in België. De somberste en koudste meimaand ooit, schijnt het. Na 1120 km. komen we rond 18u30 aan in Lussac waar de ontvangst bij vrienden zeer hartelijk is. Een lekkere groentetaart door de gastvrouw en een fles Bordeaux uit de wijngaard van de buurman zorgen voor een feestelijke avond. Compostela verhalen worden opgerakeld tot het buiten diep donker is. Wat een sterrenhemel! We liggen veel te laat in bed. Gaan we morgen écht vertrekken naar Compostela?

We zijn eindelijk ingepakt.

Joepie... daar gaan we richting warmere (?) zuiden. Weg van deze onophoudelijke zondvloed hier.

Nog even wachten ... en dan kunnen we inpakken!

Na mijn 2 tochten naar Compostela in 2007 en 2008 dacht ik “dit nooit meer”! Toen ik aan de kathedraal van Santiago aankwam kreeg ik kippenvel en een hevige uitbarsting van traantjes en ongecontroleerde emotie, die ik nooit meer zal vergeten. Wekenlang had ik op mijn eentje ontbering gekend met pieken van opperste geluk en diepste ellende.
Toen leerde ik Fons kennen. Jarenlang flirtte hij met de droom om ook ooit zo'n tocht te ondernemen. Alléén zo'n stap zetten in het onbekende en daarbij alles en iedereen achterlaten was net iets te ver gegrepen.
Ondertussen zijn we beiden lid van het Vlaamse Compostella Genootschap en hebben we ons stempelboekje en Credential aangevraagd, het bewijs dat we pelgrims zijn en kunnen overnachten in de plaatselijke refugios.

Wij hebben gekozen voor de zwaarste maar toch 2de meest belopen Jacobsweg: de Camino del Norte. Tot vóór 2004 werd deze route nauwelijks gevolgd en ontbraken meestal de wegwijzers. Blauwe borden met een geel strak gestileerde schelp en de 12 europese sterren.
Op de Camino Francés door het binnenland over Roncevalles, Logrono, Burgos, León is het zó druk geworden dat het steeds moeilijker wordt tot de essentie te komen. Terugkeren naar zijn of haar innerlijke ik in meditatie en stil contact met de natuur.
De Camino del Norte ligt geklemd tussen de soms diep ingesneden noord Spaanse kusten en de lange keten van het Cantabrisch gebergte met de Picos de Europa als hoogtepunt. Ze zijn vaak gehuld in nevels die opstijgen vanuit de groene weiden vol grazend vee waarover hongerige meeuwen naar hun nest duiken in de steile kliffen. De stranden zijn buiten de zomer meestal verlaten. De geur van vis en zeewier is nooit veraf.

Op Camino vertrekken is voor een tijdje huiselijke gewoontes en beslommeringen, familie en vrienden achterlaten om te kunnen luisteren naar de stilte in de ziel. Door de jaren heen hebben we de neiging meer achter ons te kijken dan voor ons. Wat doen we nog met de rest van ons leven? Wat zijn nog onze wensen en verwachtingen? Is er nog iets wat we willen verwezenlijken? Het is nu of nooit!
De Camino del Norte is absoluut geen gemakkelijke tocht. In vroegere tijden was de noordelijke weg door Baskenland, Cantabrië, Asturië en Galicië minder geschikt door de grillige kuststreken en het bergachtig karakter. Over de vele soms diep ingesneden rivieren en riviertjes van zuid naar de Atlantische oceaan ontbraken veelal bruggen om deze over te steken. Veermannen profiteerden van de pelgrims en vroegen fel overdreven prijzen.

We zouden kunnen vertrekken vanaf thuis want de Via Limburgica" vanuit Thorn over Maaseik, Tongeren, Eghezée, Namen en zo Frankrijk in, loopt hier nog geen 5 km aan de achterdeur voorbij. Om niet al te veel krachten te verspillen voor “het serieuze werk” slaan we een groot stuk in Frankrijk over. We sluiten aan op de Camino Turoniensis" van over Parijs, Tours, Poitiers in Lussac bij St. Emilion. We mogen er onze auto een 6-tal weken achterlaten bij zeer sympathieke Compostela minded mensen. Nog ongeveer 250 km. fietsen door de eindeloos zanderige bossen van de Landes en we staan oog in oog met de Pyreneeën voorbij Bayonne en Biarritz. Bij Hendaya steken we de Frans-Spaanse grens over en rijden we Spaans Baskenland in. Ons tellertje staat dan op 330 km.

Spaans Baskenland. (voor de fijnproevers: Baskenland heeft één van de beste keukens ter wereld)

Van Irún gaat het langs de kust algauw 300 m steil naar omhoog naar het Santuario Guadalupe op de Alto de Jaizkibel bij Hondarrabia. Hier begint het echte avontuur. De afdaling brengt ons over de Pasajes de San Juan in San Sebastián (of Donostia in het Baskisch), hoofdstad van Spaans Baskenland en bekend vanwege zijn Playa de la Concha.
De panorama's vanaf steile heuvels over de open zee zijn spectaculair. Dit landschap van ondoordringbare bosrijke gebieden is in niets te vergelijken met het uitdrogende Zuid-Spanje en het dorre binnenland. We zijn in het “groene” Spanje. Het regent er bijna zoveel als in België. De regenbuien zijn er hevig maar kort. Als de zon tevoorschijn komt is het vlug veel warmer dan bij ons. Dit geldt voor de ganse Noordkust tot en met Galicië.
Vanaf Ondarroa draait de Camino het bergachtige binnenland in naar het plaatsje Gernika. Het werd door de Duitsers in 1937 tijdens de Spaanse burgeroorlog onder Franco plat gebombardeerd. Picasso heeft deze tragedie op indrukwekkende manier op doek vastgelegd. Van daaruit gaat het over de 400 m. hoge Morga-pas en de Monte Avril richting Bilbao.We volgen er de Ría en passeren hét symbool van de vernieuwde stad : het Guggenheim museum met zijn ongelooflijk complexe en gedurfde structuur. Voorbij Portugalete zoeken we terug het kustgebied op en rijden Cantabrië binnen in Ontón.

Cantabrië.

Cantrabië is een autonome regio waar de kust in de zomermaanden veel strandtoeristen aantrekt.
Het eerste stadje Castro-Urdiales is een echt vakantiestadje. Rondom de haven en gemeenteplaats zijn restaurantjes in alle soorten en maten. Grillig kronkelend klauteren we over een heuvel op 250 m. Laredo binnen, een vakantieoord voor de meer begoeden. Vele oude 19de eeuwse herenhuizen tekenen de stad. Bij Puntal de Laredo veren we de Ría Treto over naar Santona aan de rand van een natuurpark.
De lange zandstranden zijn onvergetelijk vooral rond Berria en Noja. Er moeten nogal wat riviertjes van Zuid naar Noord overgestoken worden. Eindelijk worden de heuvels wat minder hoog. We naderen Somo. We kiezen ervoor per boot over te steken naar Santander, elegante universiteitsstad en hoofdstad van Cantabrië. Dankzij de overzeese handel met Vlaanderen was het al vroeg een welvarende stad. Nu heeft deze in de zomermaanden een grote aantrekkingskracht op de Spaanse bourgeoisie. We moeten dwars door de stad vooraleer we terug van de natuur kunnen genieten voorbij Santa Cruz de Bezana. De weg wordt rustig. Hier wonen veel ingeweken immigranten vanuit Zuid-Amerika. Daarvan getuigen de belangrijke kerken, paleizen, seminaries, barokke herenhuizen van Santilla del Mar, Cobreces en Comillas.
Voorbij San Vicente de la Barquera, één van de mooiste plaatsjes in Cantabrië komen we in een aangenaam maar nogal eenzaam gebied. In Unquera fietsen we over de Ría Deva, de natuurlijke grens met Asturië.

Asturië.

Asturië is een autonome regio en het enige gebied in Spanje dat nooit door de Moren veroverd werd. Het Moorse leger werd in 718 verslagen bij Covadonga in de Picos de Europa. Asturië werd het vluchtoord voor de christenen. Van hieruit begon de Reconquista, de herovering van het christelijke Spanje op de Moren. Daarvan getuigt nog altijd het kruisteken op de Asturische vlag.
Asturië staat bekend bekend om de ‘sidra”, cider gemaakt met appelen. Door het specifieke fermentatieproces bevat Asturische cider geen koolzuur. De cider wordt vanaf grote hoogte in het glas geschonken, zodat het een sprankelende smaak krijgt zoals champagne. Asturië behoort niet alleen tot het “groene” Spanje maar wordt ook het “natte” Spanje genoemd. Als de wind uit het Noorden komt van over de oceaan, botst hij op het Cantabrisch gebergte met de onvermijdelijke plensbuien en zelfs onweer.
Hier baant de Camino zich een weg door een smalle corridor tussen de kust en de Sierra de Cuera. Een drukke autoweg en spoorlijn boort zich door het landschap. Langs de kronkelende AS-346/343 geraken we naar de kliffenkust van Llanes, waar de pelgrim nogal verwaarloosd wordt. Er is zelfs geen herberg voor pelgrims te vinden. Er zijn weinig alternatieve wegen dan de AS-263, tenzij een kustpad vanaf Celorio tot Naves.
In het Zuiden doemen op slechts 30 km de Picos de Europa op met pieken tot 2500 m. Een groot deel van het jaar zijn ze bedekt met sneeuw. Jaarlijks trekken de Picos anderhalf miljoen toeristen aan met Covadonga en de meertjes Enol en Ercina als grootste trekpleister. ‘s Morgens liggen de Picos heel dikwijls verdoken achter dikke vochtige nevelslierten. Verder gaat het naar Ribadesella, Colunga, Villaviciosa, vertrekpunt van de Camino Primitivo over Oviedo en Lugo. Deze Camino loopt door ruig bergachtig gebied over hoge passen en is vrij dun bevolkt. Voor de fietsers zijn er weinig mogelijkheden en wordt eerder afgeraden. Dus blijven wij parallel aan zee de Camino del Norte volgen die qua profiel en traject meer glooiend is. Vooraleer Gijón te bereiken moeten we voorbij Graces fiks klimmen naar de Alto de la Cruz op 400 m en vanuit Peón naar El Cubiello op 300 m.
We fietsen dwars door Gijón, een druk bevolkte stad met zware metaalindustrie en we sukkelen verder langs vele fabrieken tot Avilés 30 km. verder. Avilés wordt de “ijzeren stad” genoemd vanwege zijn enorm hoogovencomplex. Men probeert de vervuiling te compenseren door 3 grote parken o.a. het Parque del Muêlle.
De glooiende hoogvlakte van Monte Areo vol eucalyptusbossen en weiden kan dienen als “verpozing” want door de vele hoogteverschillen op korte tijd wordt de Camino nu zwaar en een ultieme test voor de kuiten. Eindelijk gaat het vanaf Sotó de Luina wat rustiger op en af. Langs ontelbare kronkels in de weg blijft het verder gaan “over berg en dal” door de kuststadjes Canera, Luarca, Navia… en Tol. Aan de overkant van een brede riá wenkt Ribadeo, enkel te bereiken over een smal voetpad over een lange autostradebrug. Het alternatief is rond de Ría een omweg maken van 30 km. We zijn aangekomen in Galicië.

Galicië.

Groen is de alles overheersende kleur van de weiden; grijs van het graniet én de lucht! Deze streek is historisch en cultureel verwant met Ierland, Schotland en Bretagne met nog vele oude tradities en Keltische invloed. Het Galicische dialect is in opmars. Het is niet onmogelijk uit een of andere volksherberg een deuntje op een doedelzak te horen. Het binnenland bestaat hoofdzakelijk uit middelgebergte tussen 800 en 1500 m.
Ribadeo is het eindpunt van de Camino del Norte langs de kust. We buigen definitief zuid-west door een vrij onbekend deel van Galicië richting Lourenzá. Kleine dorpjes liggen kriskras verschanst in de weiden en bossen van de Serra da Cadeira. Wij krijgen enkele korte steile hellingen voorgeschoteld nabij Vallamartín.
Dat deze regio bestaat uit een middelgebergte zullen we geweten hebben. De volgende klim stijgt vanuit Mondonedo fiks naar de hoogvlakte van Gontán op 550 m. Daarboven gaat het over 50 km heuvelland over Vilaba tot Baamonde op 400 m. We puffen en hijgen door weiden, kleine dorpjes en inheemse bossen met dicht bladerdak. Als kers op de taart gaat het fors naar omhoog naar het dak van de Camino. Tientallen km. is hier geen enkele winkel of eethuisje te bespeuren. Enkel een refugio in het piepkleine Miraz halverwege. Het is trekken en duwen geblazen om op de Alto de Mamoa te komen op 700 m. Het duurt nog vele kuitenbijters en gepuf en geknars tot de “Maxima altitud del Camino” op 720 m in Marcela. In Méson vlak voor Sobrado dos Monxes, befaamd om het grootste barokke kloostercomplex in Galicië, mogen we niet vergeten te eten. Anders moeten we de honger verbijten tot in Arzuá 30 km verderop, weliswaar 300 m. lager gelegen.
In Arzuá sluiten we aan op de drukke Camino Francés. Dan is het nog 50 km te gaan! Door dichte eucalyptusbossen fietsen we hoofdzakelijk dalend over Toura en Boqueixón naar de Monte do Gozo. Beneden ligt eindelijk Santiago de Compostela. We rijden recht naar het hart van de stad : de Praza do Obradoiro en de Catedral. De Pórtico de la Gloria wordt beschouwd als het hoogtepunt van de romaanse beeldhouwkunst in Spanje. Op het middelpunt zetelt Santiago of St. Jacobus. Onder hem is de Boom van Jesse afgebeeld. Zo goed als geen pelgrim kan hier zijn emoties verbergen.

Is dit het eindpunt? Of trekken we nog eens 120 km. verder tot Cabo Fisterra (finis terrae), het einde van de wereld … tot Galileo ontdekte dat de aarde een bol was.

Gebaseerd op de hoogteprofielen in de “boekskes” hebben we nogal wat heuvels en bergen te overwinnen. In Baskenland moeten we over 220 km. 3100 m. klimmen. In Cantabrië krijgen we over 150 km. 1050 m. klimwerk voorgeschoteld. Asturië is vrij zwaar want er ligt ons over 275 km. ongeveer 3180 m. hoogteverschil te wachten. Als Galicië aan de beurt komt hebben we nog 2350 m. klimwerk voor de boeg over 220 km. Alles samen is dit 9700 m. klimmen over een afstand van 865 km.
Dan hebben we een tocht van ongeveer 1200 km. achter de rug.

Wij gaan niet op bedevaart. Het gaat echter om de uitdaging van een lange tijd onderwég te zijn op deze “Chemin de la Vie” en aangewezen te zijn op onszelf.
Is deze uitdaging niet te groot? Overschatten we ons? Kunnen we dit aan? Wij kunnen nu niet anders meer dan erin te geloven.

Por eso a nosotros le deseamos un bien camino y un montón de coraye y mucho fuerza. Decímos hasta que nos encontremos de nuevo y hasta luego!
Daarom wensen wij ons een goede tocht en een hoop moed en veel sterkte. Wij zeggen tot weerziens en tot later!

Het is weer zover...

Het blijft veel te koud voor de tijd van het jaar. En de regen blijft met bakken uit de lucht stromen. We kunnen nog altijd niet de fiets op voor een eerste training. Het wordt terug spannend want einde mei vertrekken we op Camino del Norte naar Compostela! Gelukkig bestaat er nog zo iets als een hometrainer!

Zondag 16 September 2012. Terug naar huis vanuit Meersburg.

Het is goed geweest. Tijd om terug huiswaarts te keren. Ikzelf was bij het vertrek niet uitgerust maar nog moe en niet helemaal bekomen van de verhuis. We hebben enorm geluk gehad met het weer. Slechts 1 dag hebben we in de regen gefietst. Meestal regende het ‘s nachts of tijdens een rustdag. Gedurende de eerste 10 dagen was het zweten en ploegen onder een verschroeiende zon, tijdens de laatste 10 dagen aan de Bodensee konden we genieten van een stralende nazomer. De Bodensee is een terechte bestemming om naar toe te fietsen.
Het was niet onze bedoeling buitenmatig af te zien. De eerste 500 km waren zo goed als plat zodat we ons gemiddelde van 300 km per week ruim overschreden. De Schwäbische Alb was redelijk lastig maar niet te vergelijken met de Dauphiné verleden jaar.
Duitsland is mooi maar Frankrijk vinden wij nog veel mooier en de Fransen hebben meer “l’art de vivre”.
Reuzengrote Schnitzels en Pommes of vettige aardappelen in boter gebakken, daar hebben we nu wel voor een hele tijd genoeg van gehad. Zou je geloven dat we 2 kilo bijgekomen zijn?
Dit is een voldoende reden om volgend jaar misschien – we zijn nu al bijna zeker - deze er terug af te fietsen in een nieuwe tocht!

Als toemaatje nog enkele foto’s van Allensbach en eiland Reichenau, Ludwigshafen en Meersburg.

Allensbach.




















Ludwigshafen.


















Meersburg.


























Woensdag 5 September 2012 (dag 23) Friedrichshafen – Bregenz 38 km. Einde van het eerste deel naar Rome na 979 km.

Men belooft 26°C. De Alpen langs de andere kant van het meer dat eerder op de zee gelijkt blijven verscholen in de dikke mist. De veerboten verdwijnen achter een dik gordijn. De “kustlijn” bestaat uit 1 lange aaneenschakeling van Ferienwonungen, Hotels en Gasthöfen. De meeste zijn volzet. De gevels zijn rijkelijk versierd met dieprode hanggeraniums. Het vakantievolkje dat vooral bestaat uit gepensioneerden toeren in grote getale rond op allerlei modellen van electrische fietsen en zijn duidelijk in hun nopjes. Overal heerst hier nog volop vakantiesfeer. In Lindau dat op een schiereiland gelegen is en met het vasteland verbonden door een brug zoals Venetië, zitten de terrasjes bomvol. Een nieuwsgierige Duitser staat paf als wij hem vertellen dat we met de fiets uit België komen. 40 jaar geleden heeft hij ook dergelijke trektochten gemaakt?! Ongemerkt rijden we in Lachau de Oostenrijkse grens over. Ook hier is alles volgeboekt. Toch wel een probleem! In Bregenz hebben we geluk als we aanbellen aan een ouder hotel uit betere tijden. Het stokoude dametje helpt met kromme rug onze bagage 2 verdiepingen naar boven dragen. Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Onmiddellijk boeken we van hieruit 2 nachten in de jeugdherberg van Romanshorn 40 km verder in Zwitserland. Bregenz is een drukke levendige moderne stad met veel mooie winkels. De sfeer is veel gemoedelijker dan in Duitsland.









Hier loopt officiëel onze fietstocht ten einde.

Vanaf nu fietsen we als toerist nog ongeveer 200 km rond de Bodensee tot Meersburg terug in Duistland. De Bodensee-Radweg is één van de meest bereden fietspaden in Duitsland, een echte autostrade voor fietsers. Een aanrader! Letterlijk op iedere hoek staan pijltjes zodat je zelfs geen kaarten nodig hebt. Het blijft zomeren tot ongeveer 25°C. We verblijven 3 dagen in Allensbach aan het eiland Reichenau met zijn 3 kloosters en in zijn geheel erkend als Unesco erfgoed. In het kalme schilderachtige Ludwigshafen kunnen we enkele dagen uitblazen in de grootste en meest luxueuze kamer van de ganse tocht. We hebben een prachtig balkon met zicht op het azuur blauwe meer. De prijs was, raar maar waar, één van de laagste.

In Meersburg hebben we 1175 km afgelegd. Einde.





Dinsdag 4 September 2012 (dag 22) Friedrichshafen. Rustdag.

We spelen toerist en lopen rond in het drukke stadje met gezellige winkelstraatjes. Dit is de geboorteplaats van graaf Zeppelin. Hier steeg hij in 1900 voor de eerste maal op voor een proefvlucht met zijn luchtschip over het meer. Het is mistig. Spijtig dat we aan de overkant de Alpen niet kunnen bespeuren. We kopen een ticket voor een bezoek aan het Zeppelin-Museum. Het is zeer interessant want je kan in een deels nagemaakte zeppelin op ware grootte rondkijken in waarheidsgetrouwe kajuiten, de cockpit en dergelijke. Onvoorstelbaar hoe waanzinnig groot de LZ 129 Hindenburg was die zeer dramatisch is omgekomen bij de landing in Amerika. Op de terrasjes horen we hier en daar onverstaanbaar Zwitsers dialect. Veel Zwitsers steken met de veerboot over vanuit Romanshorn aan de Zwitserse overkant op slechts 3 kwartier varen. Het zonnetje komt vanachter de wolken en doet de temperatuur minstens 5 graden stijgen. Het is weer zomer!.







Maandag 3 September 2012 (dag 21) Pfullendorf - Friedrichshafen 65 km.

Het is nog grijs maar het regent tenminste niet meer. Het is ondertussen September. De weiden zijn druipnat van de dauw en de nevelslierten hangen laag rond de heuvelruggen. Vanaf nu daalt de route gemiddeld langzaam en definitief. De vorige dagen hebben we ongeveer 150 km gefietst balancerend tussen 500 en 600 meter. Toch zijn er regelmatig korte verrassende steile klimpartijtjes à 11% die pijn doen. Nog eentje gaat tot 700 m. hoog tegen de wolken aan. De wind heeft hier vrij spel en maakt het ons lastig. De 15 km. lange afdaling van 700 naar 400 m. door het Deggenhausertal is wondermooi. Net een Alpen vallei. Zien we beneden de Bodensee nog niet? De koude wind tijdens de afdaling doet onze kuiten verstijven zodat de onverwachte hellingetjes tot 10% een marteling zijn. Eindelijk komt de zon wat priemen. Het wordt zeker 5°C warmer. De dikke jas mag uit. s’Middags zijn de meeste eetgelegenheden dicht zoals we reeds vele malen hebben mogen ervaren. Ze openen pas om 17 uur. Dan maar een broodje met hesp en kaas, een tomaat en augurk. De dorpjes tussen de appelgaarden en hopvelden volgen elkaar vlug op. Hier worden blijkbaar nog meer appelen en peren geteeld dan in het “Kataraktland” … en meer soorten. Plots zien we op een grote hangar in reuzeletters het opschrift “Zeppelin”. We fietsen langs het vliegveld waar een enorme zeppelin laag aan de grond hangt aan touwen. We zijn aanbeland in Friedrichshafen aan de Bodensee!!! Na een moeilijke zoektocht van enkele km. in de verkeerde richting naar de jeugdherberg moeten we ongelukkiglijk constateren dat deze verdomme volzet is. Moeten wij dáárvoor meer dan een kwartier in de wachtrij staan? Een beetje misnoegd komen we terecht in een kraaknette Zimmerfrei bij een zwaar rokende Turk. De badkamer moeten we met de moeilijk Duits sprekende man delen. Maar ja, hier is het nog volop toeristenseizoen en overal hangen bordjes “Belegd”. Voortdurend klinkt Turkse muziek uit het reuzenscherm hoog aan de muur. In februari overwinterden we een hele maand in Side. Here we are in Turky again! We boeken 2 nachten want morgen willen we het Zeppelin-Museum bezoeken.

Zondag 2 September 2012 (dag 20) Sigmaringen – Pfullendorf 34 km.

Het weer voorspelt niet veel goeds. De miezel gaat soms over in malse regen die je op korte tijd doornat maakt. Voor de 1ste keer sinds 3 weken moeten we de regenjas aan. De grintweg langs de Donau tot Mengen is doorweekt zodat de banden een diep spoor trekken. Het is zondag en niemand is op straat. Nauwelijks een auto te bespeuren. De dorpjes Rulfingen, Hausen en Zell am Andelsbach zijn doods en verlaten. In Pfullendorf na 34 km is er oef … een Gasthaus open. Het is middag, we zijn nat en hebben het koud. De waardin tovert een feestelijk “Früchstuck” op tafel met ananas en meloen. Eigenlijk is het de overschot van deze morgen maar zeer welkom. Vanavond kunnen we hier warm eten. Uit voorzorg boeken we meteen een kamer want dit is écht geen weer meer om te kamperen. De kamer in een apart gebouw blijkt een aftands appartementje te zijn met in de keuken enkel een frigootje. In het midden van het dorp dat op een pelgrimsweg ligt naar Compostela is een kerkje met een rococo altaar belegd met goud en versiering van uitzonderlijk niveau. Het orgel met gouden banden en pijpen is een prachtstuk. Hier zou het oudste huis van Duitsland staan. De pijltje ernaar zijn verwarrend. We zoeken niet verder als het terug begint te regenen.







Inhoud syndiceren