Blog van Ruth

  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.
  • : preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /home/esteen/ruth-is-onderweg.net/includes/unicode.inc on line 311.

Maandag 15 september (dag 32) Triacastela - Portomarín 48 km

Het is barkoud als ik rond 9 uur de fiets opstap. Ik ben precies terug in de Dordogne-streek of de Armagnac. Steile heuvels wisselen af met diepe valleien en dalen. De bomen en het gras zijn terug groen. Dus regent het hier regelmatig. Hopelijk wachten de hemelsluizen tot ik in Santiago ben. Vandaag wordt het alvast vrij warm en moet ik het eerste truitje uittrekken. Bergop is het steil en lastig. De benen zijn nog moe van gisteren. Mijn linkerknie doet pijn en is een beetje gezwollen. Ik forceer mij niet meer en ik stop regelmatig. Ik heb deugd van een pic-nic. Spijtig dat Galicië zo ver ligt want het is hier reuzemooi. Portomarín rij ik binnen over een lange brug over de Rio Mino. Zo te zien ligt het waterpeil wel 10 meter lager als normaal. Het is een levendig stadje boven op een heuvel, dat zoals zoveel stadjes en dorpjes op de Camino, leeft van de vele pelgrims. Vanaf Astorga is het veel drukker geworden. De bus Belgen vanuit Astorga is hier ook gelost. "Hoeveel km heb je vandaag gedaan?". Altijd die onbelangrijke vraag naar het aantal kilometers. Nooit eens de vraag of het lastig of moeilijk is. Het kan mij niet schelen. Ik wil nu énkel nog Santiago bereiken. Ik ben moe, veel te moe. Deze keer neem ik écht 2 uur platte siësta. Morgen de laatste beklimming in één ruk 12 km lang 400 m naar omhoog over de Ventas de Narón. Hoe gaat mijn knie daar op reageren!? Ik zie wel hoever ik geraak. Daarna gaat het tot Santiago gemiddeld naar beneden. Nog 120 km!

Portomarín





Zondag 14 September (dag 31) Vega de Valcarce - Triacastela 40 km over de Cebreiro (1300 m) en de Alto Poio (1350 m)

Na een veel te karig ontbijt - enkele tostadas met wat konfituur - spring ik op het zadel, de Cebreiro in het vizier. Amai, moet ik daar op!? Ik voel mij in de Alpen en de Pyreneeën tegelijkertijd. Overal waar ik naar kijk is het een lust voor het oog. Prachtig, geweldig, fantastisch. Een ganse familie is aardappelen aan het rooien met ossen! Ik ben in Galicië, een ander land en kultuur. In een bar hoor ik doedelzakmuziek. De streek is duidelijk doordrongen van Keltische invloeden. De laatste 3 km tot de Puerto de Cebreiro aan 9% zijn lastig. Ik kan mijn ademhaling niet onder kontrole houden en moet af de fiets. Waarom zou ik afzien? Het landschap is adembenemend mooi. De lucht is glashelder. Geen wolkje te bespeuren. Het wordt warm. Ik sukkel tot de Puerto op 1100 m en denk dat ik er ben. Vergeet het! Het ergste moet nog komen. Een onmogelijke klim aan 10% 3 km ver naar de Cebreiro. Fiets op...fiets af...fiets op... er moeten nog fietsers passen. "muy dificile!". Eenmaal boven op 1300 m fiets ik nog ongeveer 6 km door een zeer op en afgaand landschap met als toetje de Alto de Poio op 1350 m. Ik zie af als de beesten. Dit is gekkenwerk. Ik ga terug verder te voet en geef liever mijn ogen de kost. Zo een mooie bergen zie ik niet alle dagen. Dan begint - eindelijk een 12 km lange afdaling aan 7 %. De wind suist in mijn oren. Ik zweef. Ik vlieg in een zweefvliegtuig! Zzzoeffff... Bij het binnenkomen van Triacastela heb ik er genoeg van en schrijf mij in in de albergue. Hier zijn 3 restaurants naast elkaar - de Muntstraat in Leuven - waar de comida van 14 tot 17 uur nog volop opgediend wordt. Ik schuif mijn benen onder tafel. Dit is een gekkenhuis. De helft is beschonken en maakt het al te bont. Ik laat de vino tinto rijkelijk naar binnenvloeien. Vrolijk en mank strompel ik terug naar de albergue. Wat een dag! En lastig!
Ik heb vandaag 2 wonderen gezien. 1) Een Antwerpenaar met een ezel sinds Pinksteren op weg. Sinterklaas zonder mijter. 2) Een koppel fietsers uit Noord-Frankrijk met een aanhangwagentje met daarin een baby van 6 maanden oud. De Camino maakt de mensen gek!
Dit was weer een dag om nooit te vergeten, weliswaar een beetje te zwaar voor mij als ik eerlijk mag zijn. Een fransman vertelde dat de Camino met de dag emotioneler wordt naarmate Santiago nadert. Dit is voor mij niet anders.



Klimmen naar de Cebreiro










Afdaling naar Triacastella

Zaterdag 13 September (dag 30) Ponferrada - Vega de Valcarce 43 km

Het was een gezellige plezante albergue met s'avonds doedelzakmuziek door een Antwerpenaar, maar om 7u30 staan we allemaal op straat. Het is nog pikdonker en ik loop even een 4-tal km mee met een Slovaakse. Samen oefenen we een beetje ons engels. Vanaf Cacabelos begint de zon te schitteren op haar best. De bergen worden hoger en hoger. Door de wijngaarden overal op de flanken, voel ik mij als in Italiaans Tirol. Het landschap doet mij genieten. Het is vakantie. In Villafranca del Bierzo zie ik het opschrift "Porta del Perdon". Als je indertijd ziek en uitgeput was, en niet meer verder kon, werden je zonden hier vergeven zodat je niet verder tot Compostela moest strompelen. Vanaf nu gaat het geleidelijk bergop langs de smalle kloof van de Rio Valcarce. Het geklater van water is het enige geluid dat ik hoor. Heerlijk!! Op een gezapig tempo kom ik aan in Vega de Valcarce . Op het dorpsplein komt net een groep Vlamingen te voet aan vanuit Villafranca. Ze reizen met de bus en doen alle dagen een trip te voet. De chauffeur maakt heerlijke soep in zijn geïmproviseerde keuken op het plein. Voor de groep ben ik de ster van de dag. "Zo helemaal alleen"? Door het venster van de casa rural waar ik mijn intrek heb genomen, zie ik het glasheldere water van de Valcarce. Het geklater maakt mij rustig. Ik ben dankbaar voor deze dag. Morgen moet ik 700 m hoog de Alto de Poio op tot 1300 m. Dan nog ongeveer 200 km!







Villafranca del Bierzo

Vrijdag 12 september (dag 29) Rabanal del Camino - Ponteferrada 34 km over de Cruz de Fer

Vandaag is het dé grote dag. Voor de eerste maal in mijn leven zal ik met de fiets tot 1550 m hoog klimmen. Het gaat steil 400 m naar boven. Het is windstil maar de lucht is ijl en ik heb er last van. Voor ik het weet zit ik in de wolken en zie ik niets meer. Duwen, trappen, zuchten...waar blijft dat kruis? Nog hoger in de wolken. Het duurt veel te lang, en dan plots doemt het kruis op uit de mist. Ik ben er!!!! Ik ben op het dak van de Camino. Dit is het fameuze Cruz de Fer. Tranen van vermoeidheid en geluk. Lachen en wenen tegelijk. Ik raak het kruis aan. Er hangen pasfotootjes aan, armbandjes, schoenen.... Hier laat ik bibberend het verleden los. Het is nauwelijks 6 graden. Na nog een korte maar fikse klim van 12% begint de lange afdaling. Zonder meer spectaculair en snel. Mijn vingers bevriezen. De Irago-pas is adembenemend. Mijn meterje geeft 47 km/uur aan. Dit geeft een kick. Ik doe bijna in mijn broek. In Ponteferrada besluit ik toch maar niet verder te rijden. Overmorgen staat nog een klim à la Ibaneta op het menu. In de albergue is het al druk maar er is nog plaats. Dit was zonder meer een hoogtepunt in mijn Camino. Emotioneel. Een dag om nooit te vergeten. Ik wist niet dat ik dat kon. Daarvoor moest ik toch even over mijn grenzen gaan.

Bijna op de Cruz de Ferro


Cruz de Ferro 1550 m






Albergue vlakbij Cruz de Ferro


Afdaling Cruz de Ferro


Spectaculaire afdaling Cruz de Ferro

Donderdag 11 September (dag 28) Astorga - Rabanal del Camino 24 km

Met veel moed begin ik aan de klim naar de Cruz de Ferro. Mijn nieuwe fietshelm schittert in de gloedrode zon. Ik ben fier want ik ben 20 euro meer waard. Het gaat goed. Het landschap wordt dor, de bomen worden kleiner. Een kudde schapen loopt zonder uitkijken over de weg. Plots slaat het weer om. Zwarte onverwachte wolken lossen hun kletsnatte lading. Ik sta net voor een camping en verorber ondertussen een reuze tortilla con tomates y patatos. Het begint te motregenen en ik rij verder. Een ijskoude gure tegenwind bederft met veel succes de pret. Mijn handen verkleumen en mijn benen krijgen onbeschut in mijn kort fietsbroekje kippevel. Onverwachts krijg ik af te rekenen met zuurstoftekort en ik moet naar mijn Ventolin grijpen. Deze keer heeft mijn astma mij te pakken. In Rabanal op 1150 m besluit ik met veel tegenzin halt te houden want ik draai bijna "van mijn stekken". In de Albergue willen ze er een dokter bijroepen maar dit weiger ik. Rillend van de kou ga ik op bed liggen. Na een tijdje komt alles terug goed. Wat liggen mijn grenzen toch bijzonder laag, als ik zie wat anderen kunnen! De motivatie blijft intakt! Morgen nog 350 m klimmen en ik sta op de top, zeker weten. Dat de weersvooruitzichten somber zijn, regen en koude wind ... we zien morgen wel. Het is raar, ik ben blij dat ik dat allemaal kan meemaken.

Op weg naar Rabanal




Albergue in Rabanal





Woensdag 10 September (dag 27) León - Astorga 58 km (nog 300 km)

Het is even zoeken om uit León te komen. Toch ben ik blij dat ik in deze stad een dagje pauze heb genomen. De rit verloopt gemakkelijker als gedacht, eigenlijk vrij vlak. Het is windstil en de lucht is diep blauw. Ik smeer mij in om niet te verbranden. Ik ben al bruin genoeg. Na 10 km voel ik dat er iets niet op mijn hoofd staat. Shit!!!! Ik heb mijn fietshelm in de jeugdherberg in León laten liggen. Ruthje, je wordt vergeetachtig meisje! Als je alleen reist moet je ook op zoveel in het oog houden. Ik ben te ver om terug te keren. Na 20 km krijg ik gezelschap van 2 charmante fietsers uit Nederland. Eindelijk kan ik nog wat kletsen in het Nederlands. Waar zitten al die stoere Belgen? Zij fietsen verder tot Rabanal. We sluiten onze korte ontmoeting af met een gezellige café con leche en een bocadillo con queso y jamon (ze beginnen lans mijn oren uit te komen) op de plaza mayor in Astorga. Ik vind deze even lekker, zelfs lekkerder als de fameuze capuchino in Italië. De albergue is gemakkelijk te vinden. Na de stilte in León kom ik terug midden in de pelgrimsdrukte. Hier zijn 80 bedden, er is een soort living, keuken, wasplaats en natuurlijk de zeer belangrijke douches. Wat zou de Camino zijn zonder douches! Ik voel mij goed en tevree. Nochtans durf ik niet te veel denken aan wat komen moet : de Montes de León met het dak van de Camino. De Cruz de Fer op 1500 m hoogte. Overmorgen is het zover, denk ik. Astorga is een gezellig stadje en voor velen een vertrekpunt. Het bisschoppelijk paleis en museum van Gaudi staat in de volle zon te pronken. Hier is een fietswinkel. Eens zien of ze geen fietshelmen verkopen.

Astorga katedraal




Astorga Gaudi


Astorga Plaza Major


Astorga Gaudi



Dinsdag 9 September (dag 26) León - León 0 km Rustdag

Ik rust zoveel mogelijk en dwaal ondertussen een beetje rond in de stad. De gotische kathedraal doet denken aan de grote franse kathedralen. Van binnen is ze bijzonder mooi. De glasramen zijn van een uitzonderlijke schoonheid. De Isodorokerk is vroeg-roomans en één van de grootste in zijn soort. De casa de Botín van Gaudi valt op.
Dit huis is een oase van rust in deze drukke stad. De 2 grote pelgrimsrefuges zijn rumoerig en overvol. Hier lopen enkele studenten rond, sommigen zijn aan het blokken. Als enige pelgrim schuif ik in de refter aan, om 14 uur voor de comida en om 21 uur voor de cena. Met mijn mondjevol spaans kom ik niet ver. Dit is een speciale ervaring tijdens deze Camino. Dat ik dat nog allemaal mag beleven!

León jeugdherberg



Maandag 8 September (dag 25) Mansila de las Mulas - León 20 km

Na een uurtje en een half sta ik recht voor de prachtige romaanse kathedraal in León. Vanuit de Trotter had ik ooit genoteerd dat hier vlakbij een jeugdherberg was met individuele kamers en bad. De "Residencia Universitaria Miguel de Unanimo". Ik mag hier 2 dagen verblijven. Het is hoog tijd om tot rust te komen na die verdomde meseta. Ik ben nu wel echt moe. Mijn linkerknie baart mij een beetje zorgen. In de verte liggen immers de bergen van Galicië. Ik heb de meseta overleefd en heb voor 2 dagen een rustig nest! Is dit niet geweldig?

León kathedraal




León Gaudi


León


León Isidorokerk

Zondag 7 September (dag 24) Calzadilla de la Cueza - Mansila de las Mulas 60 km. Ik zit aan km 1000!

Het is windstil. Er is ietsje meer blauw in de lucht dan grijs. Rond 11 uur krijgt de zon het dan toch voor het zeggen. De gele graanstoppels beginnen te glanzen in de zon. In dit "land of nowhere" kruipt de weg traag verder. Indertijd kon je hiermee bergen aflaten verdienen. Zo was je zeker dat na de dood je ziel in de eeuwige velden van de hemel zou vertoeven... tussen de dampende potten rijstpap. Ik zou kunnen brullen als een ketter. Hier hoort mij tóch niemand. Maakt de meseta mij knettergek? In Sahagún doe ik een bezoekje aan de albuerge por penegrínos. Ik heb nood aan een gesprekje. De hospitalera is een Argentijnse die na 4 jaar met haar spaanse vriend, heimwee heeft naar haar vaderland. Ik kan het verdorie geloven, als je in zo een gat beland bent. "Ik zal ooit een keuze moeten maken". Asì es la vida. Dan schuiven de velden weer voorbij, plots een zielloos dorp met een al even futloze kat, dan terug de velden. No food, no drink. Dit is de farwest... zonder paarden, zelfs zonder stieren. Ik heb er 999 km opzitten!!!

Zaterdag 6 september (dag 23) Villalcazar de Sirga - Calzadilla de la Cueza 29 km halve rustdag

Nu en dan een streepje zon. De milde wind is koud. In dit saaie landschap onderscheid ik slechts 3 kleuren : grijs, geel en een penseel blauw. Verder niets dan een eindeloze weg door een kaalgeschoren vlakte. Een voorbijgaande auto verdwijnt als een onzichtbare stip aan de einder. De dorpjes zijn levenloos. Een ongezellige hoogvlakte op 700 m zoals de Hoge Venen...zonder water en vele keren groter. Hier vecht ik tegen mijzelf, km na km. Hier kan ik er zó onderdoor gaan, hier kan ik zó beginnen huilen, hier kan ik zélf gieren als de wind. Mijn linkerknie geeft een ernstig sein om halt te houden. Mijn lichaam is toe aan rust, ikzelf aan bezinning. In het hostal hebben 2 Hollandse dames te voet dezelfde ervaring. Met de meseta lach je niet. Er is hoop. 88 km verderop in het westen ligt León en daarachter loert Galicië.
Gisteren was het in Santiago noodweer!


Inhoud syndiceren